Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Jeremia 14:2

‘Juda treurt, de steden kwijnen weg, in het zwart gehuld zit de bevolking op de grond, jammerklachten klinken uit Jeruzalem.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Joel 1:8

Weeklaag-als een jonge bruid die zich hult in het zwart, rouwend om de man van haar jeugd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Jeremia 44:22

De HEER kon jullie niet meer verdragen vanwege jullie kwalijke praktijken en gruwelijke daden. Daarom is jullie land de woestenij geworden die het nu is, een verschrikkelijke plaats waar niemand meer woont, waarvan de naam als een vloek wordt gebruikt.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Klaagliederen 2:11

Mijn ogen zijn door tranen verteerd, mijn ingewanden staan in brand, mijn maag keert zich om-vanwege de wonden van mijn volk, omdat kind en zuigeling versmachten op de pleinen van de stad.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Spreuken 3:33

De HEER vervloekt het huis van goddelozen, maar de woning van rechtvaardigen zegent hij.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Haggaï 1:9

Jullie hebben veel verwacht, maar hoe weinig is het geworden, en wat jullie wél binnenhaalden, is door mijn adem vernietigd. En waarom? -spreekt de HEER van de hemelse machten. Omdat mijn huis nog altijd een ruïne is, terwijl ieder van jullie zich uitslooft voor zijn eigen huis.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Joel 2:3

Hun voorhoede is een verterend vuur, hun achterhoede een verzengende vlam; als de tuin van Eden ligt het land voor hen, achter hen blijft een kale woestijn. Niets en niemand kan ontkomen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Jesaja 24:6

Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten; daarom wordt hun aantal zo klein en blijven er nog weinig mensen over.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Joel 1:4

Wat de ene sprinkhaan overliet, heeft de tweede afgeknaagd, wat de tweede nog overliet, heeft de derde afgemaaid en wat na de derde overbleef, heeft de vierde kaalgevreten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Maleachi 4:6

(3:24) en hij zal ervoor zorgen dat ouders zich verzoenen met hun kinderen en kinderen zich verzoenen met hun ouders. Anders zou ik het land volledig moeten vernietigen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Maleachi 2:2

Als jullie niet luisteren, en als jullie niet ter harte nemen dat je mijn naam in ere moet houden-zegt de HEER van de hemelse machten-, dan zal ik jullie met mijn vloek treffen en vervloek ik alles waarmee jullie gezegend zijn; ik zal jullie zéker vervloeken, want jullie nemen het toch niet ter harte.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Jeremia 14:18

Als ik naar de akkers ga, zie ik ze liggen, geveld door het zwaard. Als ik de stad in ga, zie ik ze liggen, uitgeteerd door de honger. Zelfs profeten, zelfs priesters komen terecht in een onbekend land.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Maleachi 3:9

Jullie zijn vervloekt en nogmaals vervloekt, en toch blijft het hele volk mij bestelen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Genesis 5:29

die hij Noach noemde. ‘Deze zoon, ‘zei hij, ‘zal ons troost geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Genesis 3:17

Tegen de mens zei hij: ‘Je hebt geluisterd naar je vrouw, gegeten van de boom die ik je had verboden. Vervloekt is de akker om wat jij hebt gedaan, zwoegen zul je om ervan te eten, je hele leven lang.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Klaagliederen 4:1

Ach, hoe heeft het goud zijn glans verloren, het zuivere goud zijn kleur; het heilig gesteente ligt op elke straathoek uitgestrooid.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Genesis 4:11

Daarom: vervloekt ben jij! Ga weg van deze plek, waar de aarde haar mond heeft opengesperd om het bloed van je broer te ontvangen, het bloed dat jij vergoten hebt.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

Amos 4:6

Ik was het die jullie in elke stad honger liet lijden en maakte dat er in geen enkel dorp brood was: maar jullie zijn niet naar mij teruggekeerd-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

1 Koningen 17:1

De Tisbiet Elia uit Gilead zei tegen Achab: 'Zo waar de HEER leeft, de God van Israël, in wiens dienst ik sta, de eerstkomende jaren zal er geen dauw of regen komen tenzij ik het zeg.'
Gerelateerd aan Deuteronomium 28:16

1 Koningen 17:5

Elia deed wat de HEER hem had gezegd, hij ging weg en trok zich terug in de wadi Kerit, ten oosten van de Jordaan.
1
2
Volgende