Deuteronomium 26:11

SV

11En gij zult vrolijk zijn over al het goede, dat de HEERE, uw God, aan u en uw huis gegeven heeft; gij, en de Leviet, en de vreemdeling, die in het midden van u is.

KJV

11And thou shalt rejoice in every good thing which the LORD thy God hath given unto thee, and unto thine house, thou, and the Levite, and the stranger that is among you.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.