Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Deuteronomium 7:2

Wanneer de HEER, uw God, u de overwinning op hen schenkt, moet u hen doden. U mag geen vredesverdrag met hen sluiten en hen niet sparen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Richteren 1:4

Juda rukte op, en de HEER leverde de Kanaänieten en Perizzieten aan hen uit; bij Bezek versloegen ze er tienduizend.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Genesis 14:20

Gezegend zij God, de Allerhoogste: uw vijanden leverde hij aan u uit.’ Abram gaf aan Melchisedek een tiende van wat hij had heroverd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Richteren 7:2

Toen zei de HEER tegen Gideon: 'Het leger dat je bij je hebt is te groot. Ik lever de Midjanieten niet aan jullie uit, want ik wil niet dat Israël zich erop beroemt dat het zich op eigen kracht heeft bevrijd.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Deuteronomium 20:16

Maar daarbinnen, in de steden van het land dat de HEER, uw God, u als grondgebied zal geven, mag u geen mens in leven laten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Jozua 10:30

en de HEER leverde ook die stad en haar koning aan Israël uit. Jozua doodde iedereen die er woonde, hij liet geen mens in leven. Met de koning van Libna deed hij hetzelfde als hij met de koning van Jericho had gedaan.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Deuteronomium 29:7

(29:6) Toen wij vervolgens hier aankwamen, trokken koning Sichon van Chesbon en koning Og van Basan tegen ons ten strijde. Maar wij versloegen hen
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Deuteronomium 3:2

Toen zei de HEER tegen mij: ‘Je hoeft niet bang voor hem te zijn, want ik lever hem aan je uit, met heel zijn leger en zijn land. Doe met hem hetzelfde als wat je gedaan hebt met Sichon, de koning van de Amorieten, die in Chesbon zetelde.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Numeri 21:24

Maar de Israëlieten versloegen hem en veroverden zijn land, van de Arnon tot aan de Jabbok, die de grens vormde met de Ammonieten en waarlangs versterkingen lagen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:33

Jozua 21:44

En de HEER gaf hun vrede aan al hun grenzen, precies zoals hij hun voorouders beloofd had. Geen van hun vijanden kon tegen hen standhouden, de HEER leverde al hun vijanden aan hen uit.