Gerelateerd aan Deuteronomium 2:21
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:21
Deuteronomium 3:11
(Koning Og van Basan was de enig overgebleven afstammeling van de Refaïeten. Zijn bed-te zien in Rabba, de hoofdstad van Ammon-is van ijzer en maar liefst negen el lang en vier breed, gemeten in de gewone el.)
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:21
Habakuk 1:10
Met koningen drijft het de spot, met aanvoerders speelt het een spel, om vestingen lacht het: het werpt wat aarde op en neemt ze in.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:21
Jeremia 27:7
Alle volken zullen aan hem, zijn zoon en zijn kleinzoon onderworpen zijn, totdat ook voor zijn eigen land de tijd komt dat vele volken en machtige koningen het zullen onderwerpen.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:21
Deuteronomium 2:10
(Vroeger woonden daar de Emieten, een groot en machtig volk van reuzen zoals de Enakieten.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:21
Deuteronomium 1:28
Waar gaan we eigenlijk heen? De moed is ons in de schoenen gezonken toen onze verkenners vertelden dat de mensen daar sterker en langer zijn dan wij, dat ze in grote steden met hemelhoge versterkingen wonen en dat er zelfs reuzen leven.’
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:21
Deuteronomium 2:22
Hetzelfde heeft hij gedaan voor de afstammelingen van Esau in de Seïr. Ter wille van hen heeft hij de Chorieten uitgeroeid, waarna zij zich meester maakten van hun land en zich daar in hun plaats vestigden; zij wonen er tot op de dag van vandaag.
Gerelateerd aan Deuteronomium 2:21
Richteren 11:24
Nee! Wat u dankzij uw god Kemos in bezit hebt gekregen kunt u uw eigendom noemen, maar het bezit van degenen die de HEER, onze God, voor ons verdreven heeft, is ons eigendom!