SV8Maar gij zult hem uw hand mildelijk opendoen, en zult hem rijkelijk lenen, genoeg voor zijn gebrek, dat hem ontbreekt.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637
KJV8But thou shalt open thine hand wide unto him, and shalt surely lend him sufficient for his need, in that which he wanteth.Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de King James Version