Gerelateerd aan Daniel 6:13, 16
Gerelateerd aan Daniel 6:13
Daniel 2:25
Arjoch leidde Daniël zo snel hij kon voor de koning en zei tegen hem: 'Ik heb onder de Judese ballingen iemand gevonden die de droom van de koning kan uitleggen.'
Gerelateerd aan Daniel 6:13
Daniel 3:12
Er zijn enkele Judese mannen aan wie u het bestuur over de provincie Babel hebt opgedragen, Sadrach, Mesach en Abednego. Deze mannen storen zich niet aan uw bevel, majesteit. Ze vereren uw goden niet en buigen niet voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.'
Gerelateerd aan Daniel 6:13
Esther 3:8
Daarna zei Haman tegen koning Ahasveros: 'Er is een bepaald volk dat over alle provincies van uw rijk verspreid leeft en te midden van de andere volken zijn eigen leven leidt. Hun wetten verschillen van die van alle andere volken en aan de wetten van de koning houden ze zich niet. De koning is er niet bij gebaat hen maar rustig hun gang te laten gaan.
Gerelateerd aan Daniel 6:13
Daniel 5:13
Vervolgens werd Daniël voor de koning geleid. De koning zei tegen hem: 'Dus u bent Daniël, een van de Judese ballingen die de koning, mijn vader, uit Juda heeft gevoerd?
Gerelateerd aan Daniel 6:13
Handelingen 5:29
Petrus en de andere apostelen antwoordden: ‘Men moet God meer gehoorzamen dan de mensen.
Gerelateerd aan Daniel 6:13
Daniel 1:6
Onder hen waren enkele Judeeërs: Daniël, Chananja, Misaël en Azarja.
Gerelateerd aan Daniel 6:13
Handelingen 17:7
en Jason heeft hun onderdak verleend. Allemaal overtreden ze de verordeningen van de keizer door te beweren dat iemand anders koning is, namelijk Jezus!’
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Psalmen 37:39
De rechtvaardigen vinden redding bij de HEER, hij is hun toevlucht in tijden van nood.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Psalmen 91:14
'Ik zal bevrijden wie mij liefheeft en beschermen wie met mijn naam vertrouwd is.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Job 5:19
Zesmaal zal hij je redden in gevaar, ook de zevende maal zal je niets overkomen.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Daniel 3:28
Nebukadnessar nam het woord. Hij zei: 'Geprezen zij de God van Sadrach, Mesach en Abednego, die zijn engel heeft gezonden en zijn dienaren gered. Zij hebben zich op hem verlaten, zij hebben het bevel van de koning genegeerd en hun lichaam prijsgegeven, omdat zij voor geen andere dan hun eigen God willen neerknielen of buigen.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Jesaja 43:2
Moet je door het water gaan-ik ben bij je; of door rivieren-je wordt niet meegesleurd. Moet je door het vuur gaan-het zal je niet verteren, de vlammen zullen je niet verschroeien.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Daniel 3:17
want als de God die wij vereren ons uit een brandende oven en uit uw handen kan redden, zal hij ons redden.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
2 Samuel 3:39
Ik ben nog zwak, al ben ik dan tot koning gezalfd; tegen deze mannen, de zonen van Seruja, ben ik niet opgewassen. Moge de HEER de misdadiger naar zijn misdaad vergelden.'
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Daniel 6:20
(6:21) Zodra hij in de buurt van de kuil kwam, riep hij Daniël met bedroefde stem toe: 'Daniël, dienaar van de levende God, heeft uw God, die u zo vasthoudend dient, u van de leeuwen kunnen redden?'
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Spreuken 29:25
Angst voor mensen is een valstrik, wie op de HEER vertrouwt, wordt beschermd.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Psalmen 118:8
Beter te schuilen bij de HEER dan te vertrouwen op mensen.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Handelingen 24:27
Toen er twee jaren verstreken waren, werd Felix opgevolgd door Porcius Festus. Om de Joden ter wille te zijn, liet hij Paulus in gevangenschap achter.
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Johannes 19:12
Vanaf dat moment wilde Pilatus hem vrijlaten. Maar de Joden riepen: ‘Als u die man vrijlaat bent u geen vriend van de keizer, want iedereen die zichzelf tot koning uitroept pleegt verzet tegen de keizer.’
Gerelateerd aan Daniel 6:16
Handelingen 25:11
Mocht ik toch schuldig zijn en iets hebben gedaan waarop de doodstraf staat, dan zal ik me niet aan deze straf onttrekken, maar als de beschuldigingen die deze mensen tegen me inbrengen op niets berusten, kan niemand me aan hen uitleveren. Ik beroep me op de keizer!’
1
2