Gerelateerd aan Daniel 2:49

Gerelateerd aan Daniel 2:49

Esther 2:19

Eens, toen er opnieuw jonge meisjes bij elkaar werden gebracht, deed Mordechai dienst in de Koningspoort.
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Esther 2:21

Toen Mordechai dus in de Koningspoort zat, gebeurde het dat twee eunuchen die de koning als lijfwacht dienden, Bigtan en Teres, uit verbittering een plan beraamden om koning Ahasveros om het leven te brengen.
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Daniel 1:7

Maar de hoofdeunuch gaf hun andere namen; Daniël noemde hij Beltesassar, Chananja Sadrach, Misaël Mesach en Azarja Abednego.
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Amos 5:15

Haat het kwade, heb het goede lief en zorg dat er recht gedaan wordt in de poort. Misschien zal dan de HEER, de God van de hemelse machten, genade schenken aan wie er overgebleven zijn van Jozefs volk.
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Daniel 3:12

Er zijn enkele Judese mannen aan wie u het bestuur over de provincie Babel hebt opgedragen, Sadrach, Mesach en Abednego. Deze mannen storen zich niet aan uw bevel, majesteit. Ze vereren uw goden niet en buigen niet voor het gouden beeld dat u hebt opgericht.'
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Daniel 2:17

Vervolgens ging hij naar huis, bracht zijn vrienden Chananja, Misaël en Azarja op de hoogte
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Jeremia 39:3

namen de aanvoerders van de koning van Babylonië plaats in de Middenpoort: rabmag Nergal-Sareser uit Simmagir, rabsaris Nebusarsechim en de overige aanvoerders van de koning van Babylonië.
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Spreuken 28:12

Als rechtvaardigen regeren, heeft het leven glans, als goddelozen aan de macht zijn, houdt elk mens zich schuil.
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Daniel 1:17

En God schonk de vier jongemannen wijsheid, kennis en verstand van alle geschriften; bovendien was Daniël bij machte alle mogelijke visioenen en dromen uit te leggen.
Gerelateerd aan Daniel 2:49

Esther 3:2

Alle hoge functionarissen van de koning die in de Koningspoort waren, vielen telkens voor Haman op de knieën en bogen zich voor hem neer, want zo had de koning het geboden. Alleen Mordechai knielde of boog nooit voor hem.