Gerelateerd aan Amos 3:14
Gerelateerd aan Amos 3:14
2 Koningen 23:15
Ook het altaar en de offerhoogte in Betel brak hij af. Die offerplaats was aangelegd door Jerobeam, de zoon van Nebat, die de Israëlieten tot zonde had aangezet. Josia stak de offerplaats in brand, verpulverde de resten en liet de Asjerapaal in vlammen opgaan.
Gerelateerd aan Amos 3:14
Hosea 10:5
Het volk van Samaria verkeert in zorg, is in de rouw om dat stierkalf in Betel, en zijn priesters schreeuwen het uit omdat zijn glorie vervliegt:
Gerelateerd aan Amos 3:14
Hosea 10:14
Daarom zal het krijgsgeweld tegen jullie losbreken, al je vestingen zullen worden verwoest zoals destijds Bet-Arbel werd verwoest door Salman: moeders werden doodgeslagen, samen met hun kinderen.
Gerelateerd aan Amos 3:14
Micha 1:6
Van Samaria maak ik een ruïne, kale grond, alleen geschikt voor een wijngaard. Zijn stenen stort ik in het dal, zijn fundamenten leg ik bloot.
Gerelateerd aan Amos 3:14
2 Kronieken 34:6
In de steden van Manasse en Efraïm en van Simeon tot in Naftali liet hij de heiligdommen doorzoeken.
Gerelateerd aan Amos 3:14
1 Koningen 13:2
Op bevel van de HEER riep hij tegen het altaar: 'Altaar! Altaar! Dit zegt de HEER: In de familie van David zal een zoon worden geboren, Josia geheten. Op jou zal deze Josia de priesters van de offerplaatsen, die wierook op je branden, ten offer brengen. Op jou zal het gebeente van mensen worden verbrand.'
Gerelateerd aan Amos 3:14
Amos 9:1
Ik zag de Heer bij het altaar staan, en hij zei: 'Sla op het kapiteel, laat de drempels dreunen! Sla de stenen stuk op de hoofden; wie er dan nog overblijven, zal ik zelf doden met het zwaard. Niemand die vlucht zal ontsnappen; niemand die ontsnapt zal ontkomen.
Gerelateerd aan Amos 3:14
Exodus 32:34
Breng het volk nu naar de plaats die ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal ik hen voor hun zonde ter verantwoording roepen.'
Gerelateerd aan Amos 3:14
Amos 5:5
Ga niet naar Betel, kom niet in Gilgal, trek niet naar Berseba; Gilgal gaat in ballingschap en Betel wordt een plaats van onheil.
Gerelateerd aan Amos 3:14
2 Kronieken 31:1
Toen het feest afgelopen was, trokken alle aanwezige Israëlieten naar de steden van Juda. In heel Juda en Benjamin en in heel Efraïm en Manasse verbrijzelden ze de gewijde stenen, hakten ze de Asjerapalen om en sloopten ze de offerplaatsen en altaren. Pas toen er niet één meer over was gingen de Israëlieten terug naar huis, ieder naar zijn eigen woonplaats en bezittingen.