Gerelateerd aan Zefanja 2:8

Gerelateerd aan Zefanja 2:8

Amos 1:13

Dit zegt de HEER: Misdaad op misdaad heeft Ammon begaan: ze hebben, toen ze hun gebied wilden vergroten, de zwangere vrouwen van Gilead de buik opengereten. Daarom zal ik mijn vonnis niet herroepen.
Gerelateerd aan Zefanja 2:8

Jeremia 49:1

‘Dit zegt de HEER over de Ammonieten: Heeft Israël geen eigen zonen, heeft het zelf geen erfgenamen? Hoe kon de god Milkom dan Gad verjagen, waarom woont zijn volk nu in de steden van die stam?
Gerelateerd aan Zefanja 2:8

Psalmen 83:4

(83:5) en zeggen: 'Kom, wij verdelgen dit volk, Israëls naam zal nooit meer worden genoemd.'
Gerelateerd aan Zefanja 2:8

Ezechiel 25:3

Zeg tegen de Ammonieten: "Luister naar de woorden van God, de HEER ! Dit zegt God, de HEER: Jullie hebben je vrolijk gemaakt toen mijn heiligdom werd ontwijd, toen het land van Israël werd verwoest en het volk van Juda in ballingschap ging.
Gerelateerd aan Zefanja 2:8

Jeremia 48:27

Moab, heb je Israël niet altijd uitgelachen, gehoond als een betrapte dief? Wees je het niet spottend na?
Gerelateerd aan Zefanja 2:8

Ezechiel 36:2

Dit zegt God, de HEER: Vol leedvermaak heeft de vijand geroepen: 'Die oeroude bergen zijn nu van ons!'"