Gerelateerd aan Zefanja 1:1-3

Gerelateerd aan Zefanja 1:1

Jeremia 1:2

De HEER richtte zich tot hem in het dertiende jaar dat koning Josia, de zoon van Amon, over Juda regeerde.
Gerelateerd aan Zefanja 1:1

2 Kronieken 34:1

Josia was acht jaar oud toen hij koning werd. Eenendertig jaar regeerde hij in Jeruzalem.
Gerelateerd aan Zefanja 1:1

2 Timotheüs 3:16

Elke schrifttekst is door God geïnspireerd en kan gebruikt worden om onderricht te geven, om dwalingen en fouten te weerleggen, en om op te voeden tot een deugdzaam leven,
Gerelateerd aan Zefanja 1:1

2 Koningen 22:1

Josia was acht jaar oud toen hij koning werd. Eenendertig jaar regeerde hij in Jeruzalem. Zijn moeder was Jedida, de dochter van Adaja, uit Boskat.
Gerelateerd aan Zefanja 1:1

Hosea 1:1

Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Hosea, de zoon van Beëri, toen Uzzia, Jotam, Achaz en Hizkia in Juda regeerden, en Jerobeam, de zoon van Joas, koning was in Israël.
Gerelateerd aan Zefanja 1:1

2 Petrus 1:19

Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.
Gerelateerd aan Zefanja 1:1

Jeremia 25:3

‘Vanaf het dertiende regeringsjaar van koning Josia van Juda, de zoon van Amon, tot op de dag van vandaag, drieëntwintig jaar lang, heb ik telkens weer namens de HEER tot jullie gesproken, maar jullie hebben niet geluisterd.
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

2 Koningen 22:16

"Dit zegt de HEER: Ik zal onheil brengen over deze stad en haar bewoners, precies zoals beschreven staat in het boek dat de koning van Juda heeft gelezen.
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

Micha 7:13

En de aarde zal worden verwoest, om haar bewoners, vanwege hun daden.
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

2 Kronieken 36:21

Zo ging in vervulling wat de HEER bij monde van Jeremia had voorzegd. Zeventig jaar bleef het land braak liggen en had het rust, totdat alle niet in acht genomen sabbatsjaren vergoed waren.
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

Jeremia 36:29

Zeg tegen hem: Dit zegt de HEER: Je hebt de rol verbrand en Jeremia verweten daarin te hebben geschreven dat de koning van Babylonië dit land zal binnenvallen, dat hij het zal verwoesten en de mensen en dieren zal uitroeien.
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

Jeremia 24:8

Maar die bedorven vijgen die niet meer te eten zijn-ja, dit zegt de HEER: Die vijgen staan voor koning Sedekia van Juda, en voor zijn raadsheren en de mensen uit Jeruzalem die in dit land zijn overgebleven of in Egypte zijn gaan wonen.
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

Jeremia 6:8

Laat je terechtwijzen, Jeruzalem, dan maak ik me niet van je los, maak ik je niet tot een woestenij, een onbewoonbaar land.’
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

Jesaja 6:11

Ik vroeg: ‘Hoe lang, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij.
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

Genesis 6:7

Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt.
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

Jeremia 34:22

maar op mijn bevel-spreekt de HEER -zal het naar deze stad terugkeren en haar weer belegeren, haar innemen en in vlammen doen opgaan. Ik maak de steden van Juda tot een woestenij waar niemand meer kan wonen.’
Gerelateerd aan Zefanja 1:2

Ezechiel 33:27

Dit moet je tegen hen zeggen: "Dit zegt God, de HEER: Zo waar ik leef, wie nog in de ruïnes woont zal vallen door het zwaard, wie daarbuiten leeft geef ik als prooi aan de wilde dieren, en wie zich in holen en grotten verschuilt zal sterven aan de pest.
Gerelateerd aan Zefanja 1:3

Hosea 4:3

Daarom is het land in rouw gedompeld en bezwijken al zijn inwoners, mét de dieren van het veld en alles wat vliegt; zelfs de vissen in zee sterven uit.
Gerelateerd aan Zefanja 1:3

Ezechiel 7:19

Hun zilver gooien ze op straat, hun goud ligt in het slijk, als de toorn van de HEER hen treft, kan goud noch zilver hen redden. Hun maag blijft leeg, de honger blijft hen kwellen, goud en zilver brachten hen ten val.
Gerelateerd aan Zefanja 1:3

Ezechiel 14:13

'Stel, mensenkind, dat een heel land tegen mij zondigt door mij ontrouw te worden en ik treed tegen dat land op, ik maak het brood dat het volk staande houdt schaars, zodat het honger lijdt, en ik roei mens en dier uit,
1
2
Volgende