Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Jeremia 50:7

Voor wie hun pad kruisten, waren ze een prooi. Hun belagers zeiden: “Wij maken ons niet schuldig, zijzelf hebben gezondigd tegen de HEER, hun ware weidegrond, tegen de HEER, de bron van hoop voor hun voorouders.”
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Hosea 12:8

(12:9) Hoor Efraïm zeggen: 'Maar ik ben toch rijk geworden? Heb ik mij geen aanzien verworven? Wijst mijn winst soms op iets kwalijks dat de naam van zonde verdient?'
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

1 Timotheüs 6:5

en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Johannes 10:12

Een huurling, iemand die geen herder is, en die niet de eigenaar van de schapen is, laat de schapen in de steek en slaat op de vlucht zodra hij een wolf ziet aankomen. De wolf valt de kudde aan en jaagt de schapen uiteen;
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Genesis 37:26

Toen zei Juda tegen zijn broers: ‘Wat hebben we eraan om onze broer te vermoorden? Dan moeten we ook de sporen weer zien uit te wissen.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Mattheüs 21:12

Jezus ging de tempel binnen, hij joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht, gooide de tafels van de geldwisselaars en de stoelen van de duivenverkopers omver
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Ezechiel 22:25

De vorsten in de stad waren als leeuwen die grommend hun prooi verscheuren: ze verslonden mensen, ze roofden schatten en kostbaarheden, veel vrouwen maakten ze tot weduwen.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Deuteronomium 29:19

(29:18) Mocht zo iemand bij het horen van de vervloekingen menen: Als ik mijn eigen koppige hart volg zal het me evengoed voor de wind gaan, en zichzelf daarmee geruststellen, dan zet hij alles wat hij is en heeft op het spel.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Jeremia 2:3

Israël is aan de HEER gewijd, het is de eerste vrucht van zijn oogst. Wie het verslindt, laadt schuld op zich, hij wordt door onheil getroffen- spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Nehemia 5:8

zei ik tegen hen: 'Voorzover het ons mogelijk was hebben wij de Joodse volksgenoten die zich aan vreemden hadden moeten verkopen, teruggekocht. En nu moeten we zelfs volksgenoten vrijkopen die door u worden verkocht!' Ze zwegen, ze wisten niet wat ze moesten zeggen.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

2 Petrus 2:3

Gedreven door hebzucht zullen ze u bedriegen met misleidende verhalen, maar hun vonnis is allang geveld, hun ondergang laat niet op zich wachten.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Johannes 10:1

‘Waarachtig, ik verzeker u: wie de schaapskooi niet binnengaat door de deur maar ergens anders naar binnen klimt, is een dief of een rover.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

2 Koningen 4:1

Op een keer riep de vrouw van een van de profeten Elisa's hulp in: 'Mijn man, uw dienaar, die zoals u weet altijd groot ontzag had voor de HEER, is gestorven. Nu zal mijn schuldeiser komen en mijn twee kinderen als slaven meenemen.'
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Micha 3:1

En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen?
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Mattheüs 23:13

Wee jullie, schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars, jullie versperren de mensen de toegang tot het koninkrijk van de hemel. Jullie gaan er zelf niet binnen, maar laten ook degenen die er willen binnengaan niet toe.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Johannes 16:2

Jullie zullen uit de synagoge gezet worden, en er komt zelfs een tijd dat iedereen die jullie doodt, meent daarmee God te dienen.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Jeremia 23:1

Wee de herders die de schapen van mijn weiden in het verderf storten en laten verdwalen-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Ezechiel 34:10

Dit zegt God, de HEER: Ik zal de herders straffen en mijn schapen opeisen; zij zullen ze niet meer mogen weiden. Ook zullen ze niet langer zichzelf weiden: ik zal mijn schapen uit hun mond redden, ze zullen ze niet meer eten!
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Micha 3:9

Hoor toch wat volgt, leiders van het volk van Jakob en heersers van het volk van Israël, jullie die de gerechtigheid verafschuwen en al wat recht is krom maken,
Gerelateerd aan Zacharia 11:5

Ezechiel 34:2

'Mensenkind, profeteer tegen de herders van Israël, profeteer en zeg tegen hen: "Dit zegt God, de HEER: Wee jullie, herders van Israël, want jullie hebben alleen jezelf geweid! Horen herders niet hun schapen te weiden?
1
2
Volgende