Gerelateerd aan Titus 2:8
Gerelateerd aan Titus 2:8
1 Petrus 2:12
Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken.
Gerelateerd aan Titus 2:8
1 Petrus 3:16
Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster.
Gerelateerd aan Titus 2:8
1 Petrus 2:15
God wil namelijk dat u door het goede te doen onwetende dwazen de mond snoert.
Gerelateerd aan Titus 2:8
Nehemia 5:9
Ik vervolgde: 'Wat u doet, is niet goed. Heb toch, bij alles wat u doet, ontzag voor onze God, anders haalt u zich de hoon van de vijandelijke volken op de hals!
Gerelateerd aan Titus 2:8
Filippensen 2:14
Doe alles zonder morren en tegenspreken,
Gerelateerd aan Titus 2:8
1 Timotheüs 6:3
Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer van ons geloof,
Gerelateerd aan Titus 2:8
1 Timotheüs 5:14
Daarom wil ik dat jonge weduwen hertrouwen, kinderen krijgen, het huishouden regelen en onze tegenstanders geen aanleiding geven om kwaad van ons te spreken.
Gerelateerd aan Titus 2:8
Lukas 13:17
Toen hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door hem werden verricht.
Gerelateerd aan Titus 2:8
2 Thessalonicensen 3:14
en wees op uw hoede voor wie geen gehoor geven aan wat wij in deze brief schrijven. Ga niet met hen om, dan zullen ze zich schamen.
Gerelateerd aan Titus 2:8
Jesaja 66:5
Luister naar de woorden van de HEER, jullie die voor zijn woorden huiveren. Er wordt gezegd door jullie volksgenoten, die jullie haten en verstoten: ‘Dankzij ons staat de HEER in aanzien. Toon ons dan eens hoe blij je bent.’ Maar zij zullen zelf te schande staan.
Gerelateerd aan Titus 2:8
Markus 12:32
De schriftgeleerde zei tegen hem: ‘Inderdaad, meester, wat u zegt is waar: hij alleen is God en er is geen andere God dan hij,
Gerelateerd aan Titus 2:8
Markus 12:34
Jezus vond dat hij verstandig had geantwoord en zei tegen hem: ‘U bent niet ver van het koninkrijk van God.’ En niemand durfde hem nog een vraag te stellen.
Gerelateerd aan Titus 2:8
Markus 12:28
Een van de schriftgeleerden die naar hen geluisterd had terwijl ze discussieerden, en gemerkt had dat hij hun correct had geantwoord, kwam dichterbij en vroeg: ‘Wat is van alle geboden het belangrijkste gebod?’
Gerelateerd aan Titus 2:8
Markus 12:17
Toen zei Jezus tegen hen: ‘Geef wat van de keizer is aan de keizer, en geef aan God wat God toebehoort.’ En ze waren met stomheid geslagen.