Gerelateerd aan Titus 1:7-9

Gerelateerd aan Titus 1:7

2 Petrus 2:10

Hij straft vooral diegenen die zich, door onreine verlangens gedreven, overgeven aan schaamteloze losbandigheid en het gezag van de Heer verachten. Overmoedig en arrogant als ze zijn, schrikken ze er niet voor terug hemelse machten te lasteren,
Gerelateerd aan Titus 1:7

1 Petrus 5:2

Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht-niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Efeze 5:18

Bedrink u niet, want dat leidt tot uitspattingen, maar laat de Geest u vervullen
Gerelateerd aan Titus 1:7

1 Petrus 4:10

Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Lukas 12:42

De Heer antwoordde: ‘Wie is die betrouwbare en verstandige rentmeester die de heer zal aanstellen over zijn knechten om hun op tijd het eten te geven dat hun toekomt?
Gerelateerd aan Titus 1:7

Leviticus 10:9

'Jij en je zonen mogen geen wijn of andere drank drinken voor je naar de ontmoetingstent komt, anders sterven jullie. Deze bepaling blijft voor jullie en je nakomelingen voor altijd van kracht.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Jesaja 28:7

Maar zelfs priesters waggelen van de wijn, profeten wankelen door de drank: ze waggelen door de drank en zijn verward door de wijn; de drank doet hen wankelen, waggelend hebben ze visioenen, zwalkend doen ze hun uitspraken.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Ezechiel 44:21

Geen van de priesters mag wijn drinken wanneer hij naar de binnenhof gaat.
Gerelateerd aan Titus 1:7

2 Timotheüs 2:24

Een dienaar van de Heer moet geen ruzie maken, maar voor iedereen vriendelijk zijn; hij moet een goede leraar zijn en een verdraagzaam mens,
Gerelateerd aan Titus 1:7

Spreuken 16:32

Beter een geduldig mens dan een vechtjas, beter zelfbeheersing dan een stad veroveren.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Prediker 7:9

Heb een lange adem en beheers je rusteloosheid, want rusteloosheid heerst in het hart van de dwazen.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Titus 2:3

Ook oudere vrouwen moeten zich ingetogen gedragen, ze mogen niet kwaadspreken of verslaafd zijn aan wijn. Ze moeten goede raad weten te geven,
Gerelateerd aan Titus 1:7

Jesaja 56:10

Want al mijn wachters zijn blind, ze merken niets; ze zijn stom als waakhonden die niet kunnen blaffen: vadsig en hijgend liggen ze daar, ze willen alleen maar luieren.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Spreuken 14:17

Wie onbesuisd is, handelt dwaas, wie berekenend is, maakt zich gehaat.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Spreuken 31:4

En, Lemuël, een koning mag zich evenmin te buiten gaan aan wijn, dat past hem niet, een leider mag niet hunkeren naar drank.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Jakobus 1:19

Geliefde broeders en zusters, onthoud dit goed: ieder mens moet zich haasten om te luisteren, maar traag zijn om te spreken, traag ook in het kwaad worden.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Filippensen 1:1

Van Paulus en Timoteüs, dienaren van Christus Jezus. Aan alle heiligen in Filippi die één zijn in Christus Jezus, en aan hun opzieners en dienaren.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Spreuken 15:18

Een driftkop wakkert ruzie aan, wie kalm is sust een twistgesprek.
Gerelateerd aan Titus 1:7

Titus 1:5

Ik heb je op Kreta achtergelaten om, volgens mijn richtlijnen, de resterende zaken te regelen en in elke stad oudsten aan te stellen:
Gerelateerd aan Titus 1:7

1 Timotheüs 3:1

Het is een waar woord: als iemand opziener wil worden, is dat een eerzaam streven.
1
2
3
4
Volgende