Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Efeze 4:28
Laat wie steelt niet meer stelen, maar eerlijk de kost verdienen door zelf hard te werken om iets weg te kunnen geven aan wie het nodig heeft.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Hebreeën 13:16
En houd de liefdadigheid en de onderlinge solidariteit in ere, want dat zijn offers waarin God behagen schept.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Spreuken 22:9
Een goedhartig mens wordt gezegend, hij deelt zijn voedsel met de armen.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Romeinen 12:13
Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Deuteronomium 15:11
Armen zullen er altijd zijn bij u. Daarom druk ik u op het hart om vrijgevig te zijn tegenover iedereen in uw land die in armoede leeft of er slecht aan toe is.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Spreuken 19:17
Wie barmhartig is voor een arme leent aan de HEER, die zal hem zijn weldaad vergoeden.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Psalmen 41:1
Voor de koorleider. Een psalm van David. (41:2) Gelukkig wie zorgt voor de armen; in kwade dagen zal de HEER hem uitkomst geven,
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Handelingen 20:34
u weet wel dat ik eigenhandig heb voorzien in mijn levensonderhoud en dat van mijn metgezellen.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Job 31:16
Onthield ik aan de armen ooit waar ze om vroegen, liet ik de ogen van weduwen versmachten?
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Psalmen 112:9
Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd, hij zal stijgen in aanzien en eer.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Markus 14:7
Want de armen zijn altijd bij jullie, en jullie kunnen weldaden aan hen bewijzen wanneer je maar wilt, maar ik zal niet altijd bij jullie zijn.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Prediker 11:1
Werp je brood uit over het water, want je vindt het later weer terug.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Romeinen 10:21
Maar bij Jesaja staat over Israël: 'Heel de dag heb ik mijn handen uitgestrekt naar mijn ongehoorzaam en opstandig volk.'
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Spreuken 1:24
Maar toen ik je riep, wees je me af, toen ik je mijn hand bood, nam je die niet aan.
Gerelateerd aan Spreuken 31:20
Handelingen 9:39
Petrus ging meteen met hen mee. Na zijn aankomst werd hij naar het bovenvertrek gebracht, waar de weduwen om hem heen kwamen staan en hem huilend de tunica’s en mantels lieten zien die Dorkas nog maar pas gemaakt had.