Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Hosea 13:6
Ik heb hen op weidegrond gebracht en ze raakten verzadigd. Maar toen ze eenmaal verzadigd waren, werden ze hoogmoedig en keerden mij de rug toe.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Deuteronomium 31:20
Want zo zal het gaan: Ik breng hen naar het land dat ik hun voorouders onder ede heb beloofd, een land dat overvloeit van melk en honing. Ze zullen zich te goed doen aan alle overvloed en als ze helemaal verzadigd zijn, laten ze zich met andere goden in om die te dienen; maar mij wijzen ze af en het verbond dat ik met hen gesloten heb, verbreken ze.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Ezechiel 16:49
Terwijl zij zich toch, omdat ze genoeg te eten hadden en onbezorgd van hun rust konden genieten, hoogmoedig gedroegen en niets deden voor de armen en de machtelozen.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Deuteronomium 32:15
Toen werd Jesurun vadsig en vet, het raakte verzadigd, werd dik en rond. Het kwam in verzet, liep weg van zijn schepper, versmaadde zijn stut en steun, zijn rots.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Deuteronomium 8:10
Wanneer u daar in overvloed leeft, dank de HEER, uw God, dan voor het goede land dat hij u gegeven heeft.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Job 31:24
Heb ik mijn hoop gevestigd op goud, van het fijnste goud gezegd: "Daarop vertrouw ik"?
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Exodus 5:2
'Wie is die HEER, dat ik hem zou gehoorzamen?' vroeg de farao. 'Waarom zou ik de Israëlieten laten gaan? Ik ken de HEER niet en de Israëlieten laat ik niet gaan.'
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Jozua 24:27
'Deze steen, 'zei hij tegen het volk, 'is getuige, want hij heeft alles gehoord wat de HEER tegen ons heeft gezegd. Hij is dus getuige opdat u uw God niet afvallig wordt.'
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Deuteronomium 6:10
Straks brengt de HEER, uw God, u naar het land dat hij u zal geven, zoals hij uw voorouders Abraham, Isaak en Jakob onder ede heeft beloofd. U krijgt daar grote, mooie steden, die u niet zelf hebt gebouwd,
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Nehemia 9:25
Ze namen versterkte steden in en veroverden vruchtbare grond, ze namen huizen in bezit, vol met de mooiste goederen, en ook uitgehouwen putten, wijngaarden, olijfbomen en fruitbomen. Ze aten, ze raakten verzadigd en werden vet, ze baadden in weelde door uw grote goedheid.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Exodus 20:7
Misbruik de naam van de HEER, uw God, niet, want wie zijn naam misbruikt laat hij niet vrijuit gaan.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Jeremia 2:31
Let op de woorden van de HEER, Israël! Was ik voor jullie een woestijn, of een land vol duisternis? Waarom zegt mijn volk: “Wij willen niet gebonden zijn, wij komen niet meer naar u toe”?
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Psalmen 125:3
De scepter van het kwaad zal niet rusten op het land van de rechtvaardigen en de rechtvaardigen zullen het onrecht de hand niet reiken.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
2 Kronieken 32:15
Welnu, laat u door Jechizkia geen rad voor ogen draaien, laat u door hem niets voorspiegelen en hecht geen geloof aan wat hij zegt, want geen enkele god, van om het even welk volk of koninkrijk, is in staat gebleken zijn volk uit handen van mij of mijn voorouders te redden, dus hoe zou uw God u ooit uit mijn handen kunnen redden?"'
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Leviticus 5:1
Wie zondigt doordat hij geen gehoor geeft aan een met een vervloeking bekrachtigde oproep om te getuigen, terwijl hij het misdrijf wel heeft gezien of ervan weet, maakt zich strafbaar.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Mattheüs 26:72
En opnieuw ontkende hij en zwoer: ‘Echt, ik ken de man niet!’
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Spreuken 6:30
Een dief die steelt omdat hij honger heeft, steelt uit noodzaak. Men veracht hem niet,
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Ezechiel 16:14
Je was bij alle volken beroemd om je schoonheid, en je schoonheid was volmaakt want ze kwam van mij-spreekt God, de HEER.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Mattheüs 26:74
Daarop begon hij te vloeken en hij bezwoer hun: ‘Ik ken die man niet!’ En meteen kraaide er een haan.
Gerelateerd aan Spreuken 30:9
Handelingen 12:22
De mensen riepen luidkeels: ‘Hier spreekt een god, geen mens!’
1
2