Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Genesis 7:11
In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, op de zeventiende dag van de tweede maand, braken alle bronnen van de machtige oervloed open en werden de sluizen van de hemel opengezet.
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Deuteronomium 33:28
Israël mocht in vrede leven, Jakob woonde ongestoord in een land van koren en most, waarop dauw van de hemel neerdaalt.
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Job 38:26
zodat de regen neervalt op de onbewoonde aarde, op de woestijn waar geen mensen leven,
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Genesis 27:28
God geve je dauw uit de hemel en vette, vruchtbare aarde, een overvloed van koren en wijn.
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Job 36:27
Hij schept de waterdruppels op en zeeft de regen door zijn nevels,
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Joel 2:23
En jullie, kinderen van Sion, wees blij en barst uit in gejubel om de HEER, jullie God, want hij geeft regen om je te verkwikken, hij laat de regen overvloedig op je neerdalen, vroege regen en late regen, elk op de juiste tijd.
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Job 38:8
En wie sloot de zee af met een deur, toen ze uit de schoot van de aarde brak?
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Genesis 1:9
God zei: ‘Het water onder de hemel moet naar één plaats stromen, zodat er droog land verschijnt.’ En zo gebeurde het.
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Jeremia 14:22
Brengen die nietige goden van andere volken soms regen, of schenkt de hemel buien uit zichzelf? U, de HEER, onze God, doet dat toch? Wij vestigen onze hoop op u, want u hebt alles gemaakt.’
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Psalmen 65:9
(65:10) U zorgt voor het land en bevloeit het, u maakt het vruchtbaar, vol water staat de rivier van God. U bewerkt het land voor het koren, zo bewerkt u het:
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Genesis 27:37
Isaak antwoordde hem: ‘Ik heb hem heer en meester over je gemaakt, hem al zijn broers als dienaar gegeven, en hem voorzien van koren en wijn. Wat zou ik dan nog voor jou kunnen doen, mijn zoon?’
Gerelateerd aan Spreuken 3:20
Psalmen 104:8
naar hoog in de bergen, naar diep in de dalen, naar de plaatsen die u had bepaald.