Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Job 29:16

Voor de behoeftigen was ik een vader, ik verdedigde de zaak van vreemdelingen.
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Psalmen 41:1

Voor de koorleider. Een psalm van David. (41:2) Gelukkig wie zorgt voor de armen; in kwade dagen zal de HEER hem uitkomst geven,
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Spreuken 21:13

Wie zijn oren sluit voor het gejammer van de arme zal ooit zelf om hulp schreeuwen, en geen antwoord krijgen.
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Spreuken 31:8

Spreek voor hen die weerloos zijn, bescherm het recht van de vertrapten.
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Ezechiel 22:29

Het volk gaf zich over aan uitbuiting en diefstal, het onderdrukte de machtelozen en de armen, het buitte de vreemdelingen uit en deed hun geen recht.
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Job 31:13

Als ik mijn slaaf of slavin ooit hun recht ontzegd heb wanneer wij van mening verschilden,
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Galaten 6:1

Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid.
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

1 Samuel 25:9

Toen Davids knechten bij Nabal kwamen, brachten ze uit Davids naam dit alles over en wachtten af wat hij zou zeggen.
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Jeremia 22:15

Ben je koning door de pracht van je cederhout? Je vader had aan niets gebrek. Recht en gerechtigheid handhaafde hij-en hij leefde in voorspoed.
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Job 31:21

Als ik mijn vuisten tegen wezen heb gebald, omdat de rechters in de poort mijn vrienden waren,
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Ezechiel 22:7

kinderen hebben er hun vader en moeder veracht, vreemdelingen zijn er uitgebuit en weduwen en wezen zijn er onrechtvaardig behandeld.
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Psalmen 31:7

(31:8) Ik zal mij verblijden, juichen over uw trouw, want u ziet mijn ellende, u kent de nood van mijn ziel,
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Micha 3:1

En ik zei: Hoor toch, leiders van Jakob, hoor, heersers van het volk van Israël! Jullie moeten het recht toch kennen?
Gerelateerd aan Spreuken 29:7

Jeremia 5:28

Ze zijn vadsig en vet en slechter dan slecht. Ze staan het recht in de weg, wat wezen toekomt laat hun koud, de belangen van de armen dienen ze niet.