Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Psalmen 5:9
(5:10) Onwaarheid komt uit hun mond, onheil huist in hun hart, een open graf is hun keel, gespleten is hun tong.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Hosea 5:1
Luister, priesters! Hoor toe, oudsten van Israël! Leden van het hof, luister aandachtig! De rechtspraak is toch aan jullie toevertrouwd? Maar in Mispa hebben jullie mijn volk in de val gelokt, op de Tabor je netten voor hen uitgespreid;
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Job 17:5
Wie zijn vrienden noodt om in zijn buit te delen, laat zijn kinderen versmachten van de honger.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Psalmen 12:2
(12:3) Ze beliegen elkaar allemaal, vals en verraderlijk is hun woord.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Spreuken 7:5
Ze behoeden je voor lichtzinnige vrouwen, voor afgedwaalde vrouwen met hun vleierij.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Romeinen 16:18
want zulke mensen dienen niet Christus, onze Heer, maar alleen hun eigen lusten, en door fraaie en welluidende woorden misleiden ze argeloze mensen.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
2 Samuel 14:17
Ik zei bij mezelf: De koning zal het verlossende woord spreken. U bent immers als een engel van God, mijn heer en koning, zoals u het voor en tegen van een zaak tegen elkaar afweegt. Moge de HEER, uw God, u ter zijde staan.'
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Spreuken 20:19
Bij een roddelaar is een geheim niet veilig, laat je niet in met een loslippig mens.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Spreuken 1:17
Het net wordt tevergeefs gespannen als de vogels het bespieden.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
1 Thessalonicensen 2:5
U weet dat we u nooit naar de mond hebben gepraat en dat onze woorden nooit een dekmantel voor hebzucht waren. God is onze getuige.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Spreuken 7:21
Zo wist ze hem te paaien met haar vleierij, ze haalde hem over met allerlei lokkende woorden,
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Spreuken 26:24
Al verbloemt iemand zijn haat met mooie woorden, hij is een en al bedrog.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Klaagliederen 1:13
Hij liet uit de hoogte vuur neerdalen, dat in mijn gebeente brandt. Hij spande een valstrik voor mij, hij deed mij terugdeinzen. Hij verwoestte mijn leven en maakte me ziek, dag na dag.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Lukas 20:20
Ze hielden hem echter in de gaten en stuurden er spionnen op uit die zich als rechtvaardigen moesten voordoen, in de hoop hem op een onwettige uitspraak te betrappen, zodat ze hem konden uitleveren aan de overheid, aan het gezag van de prefect.
Gerelateerd aan Spreuken 29:5
Spreuken 26:28
Wie kwaadspreekt haat zijn slachtoffers, een vleier wil hun ondergang.