Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Leviticus 5:1
Wie zondigt doordat hij geen gehoor geeft aan een met een vervloeking bekrachtigde oproep om te getuigen, terwijl hij het misdrijf wel heeft gezien of ervan weet, maakt zich strafbaar.
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Spreuken 8:36
Wie aan mij voorbijgaat, doet zichzelf veel kwaad, wie mij haat, bemint de dood.
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Spreuken 6:32
Maar pleeg je overspel, dan heb je geen verstand, wie zoiets doet richt zichzelf te gronde.
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Markus 11:17
Hij hield de omstanders voor: ‘Staat er niet geschreven: “Mijn huis moet voor alle volken een huis van gebed zijn”? Maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Spreuken 15:32
Wie zich niet laat terechtwijzen, doet zichzelf tekort, wie berispingen ter harte neemt, wint daarbij.
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Psalmen 50:18
Zie je een dief, je loopt met hem mee, en bij overspeligen ben je thuis.
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Jesaja 1:23
Je vorsten zijn schurken, ze houden het met dieven, ze denken alleen aan geschenken en steekpenningen. Wezen bieden ze geen bescherming, het lot van weduwen laat hen koud.
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Richteren 17:2
Op zekere dag zei hij tegen zijn moeder: 'Laatst is er toch elfhonderd sjekel zilver van u gestolen? U hebt toen in mijn bijzijn een vloek uitgesproken. Dat geld heb ik, ik heb het gestolen.' 'Moge de HEER je zegenen, mijn zoon, 'antwoordde zijn moeder.
Gerelateerd aan Spreuken 29:24
Spreuken 20:2
Als het brullen van een leeuw, zo zijn de dreigementen van een koning, wie ze in de wind slaat, brengt zijn leven in gevaar.