Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Prediker 1:8
Alles is vermoeiend, zozeer dat er geen woorden voor te vinden zijn. De ogen van een mens kijken, en vinden geen rust, zijn oren horen, en ze blijven horen.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Habakuk 2:5
Zo bedrieglijk als de wijn is, zo hoogmoedig is deze man, maar hij zal zijn doel niet bereiken. Net als het dodenrijk spert hij zijn keelgat open, net als de dood raakt ook hij niet verzadigd. Hij verzamelt alle volken om zich heen, haalt alle naties naar zich toe.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Spreuken 30:15
Er zijn twee soorten bloedzuigers: de eerste zegt 'Geef!', de andere 'Geef!' Drie dingen worden nooit verzadigd, vier dingen zeggen nooit 'Het is genoeg':
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
1 Johannes 2:16
want alles wat in de wereld is-zelfzuchtige begeerte, afgunstige inhaligheid, pronkzucht-, dat alles komt niet uit de Vader voort maar uit de wereld.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Prediker 6:7
Al het gezwoeg dient ertoe dat de mens zijn buik vult, maar zijn verlangens blijven onvervuld.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Spreuken 15:11
De HEER doorgrondt de afgrond van het dodenrijk, hoeveel te meer het hart van de mensen.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Prediker 2:10
Alles wat mijn ogen vroegen heb ik ze gegund, elke vreugde die mijn hart verlangde heb ik het gegeven, en ik genoot naar hartelust van al het goede dat ik had verworven. Het was het loon voor mijn gezwoeg.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Job 26:6
Het dodenrijk ligt open voor hem: niets in de afgrond blijft verborgen.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Jeremia 22:17
Maar jouw ogen en jouw hart zijn slechts op eigen voordeel gericht, op onschuldig bloed vergieten, op afpersen en uitbuiten.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Prediker 5:10
(5:9) Wie van geld houdt, kan er niet genoeg van krijgen. Wie verzot op rijkdom is, is altijd op meer gewin belust. Ook dat is enkel leegte.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Spreuken 23:5
Zodra je op rijkdom afvliegt, is die al verdwenen. Hij krijgt vleugels, plotseling, en vliegt als een arend weg.
Gerelateerd aan Spreuken 27:20
Prediker 4:8
Iemand is helemaal alleen. Hij heeft zelfs geen zoon of broer, maar toch zwoegt hij almaar door en wordt zijn dorst naar rijkdom nooit gelest. Voor wie beult hij zich zo af en ontzegt hij zich de genoegens van het leven? Ook dat is enkel leegte en een trieste zaak.