Gerelateerd aan Spreuken 26:7

Gerelateerd aan Spreuken 26:7

Spreuken 26:9

Een spreuk in de mond van een dwaas prikt even weinig als een doorn in de hand van een dronkaard.
Gerelateerd aan Spreuken 26:7

Psalmen 64:8

(64:9) hun eigen tong heeft hen ten val gebracht, wie hen ziet, schudt verbijsterd het hoofd.
Gerelateerd aan Spreuken 26:7

Mattheüs 7:4

Hoe kun je tegen hen zeggen: “Laat mij de splinter uit je oog verwijderen, ”zolang je nog een balk in je eigen oog hebt?
Gerelateerd aan Spreuken 26:7

Spreuken 17:7

Verheven woorden passen niet bij een dwaas, leugens des te minder bij een edel mens.
Gerelateerd aan Spreuken 26:7

Lukas 4:23

En hij zei tegen hen: ‘Ongetwijfeld zullen jullie me dit gezegde voorhouden: Geneesheer, genees uzelf. Doe alles waarvan wij gehoord hebben dat het in Kafarnaüm gebeurd is, ook hier in uw vaderstad.’
Gerelateerd aan Spreuken 26:7

Psalmen 50:16

Maar tot wie kwaad doet zegt God: 'Wat baat het dat je mijn geboden opzegt en mijn verbond in de mond neemt?