Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Mattheüs 16:1
De Farizeeën en de Sadduceeën kwamen hem op de proef stellen met de vraag hun een teken uit de hemel te tonen.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Romeinen 12:16
Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot bescheidenheid. Ga niet af op uw eigen inzicht.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Spreuken 28:11
Een rijkaard dicht zichzelf veel wijsheid toe, een arme met inzicht doorziet hem.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Johannes 8:7
Toen ze bleven aandringen, richtte hij zich op en zei: ‘Wie van jullie zonder zonde is, laat die als eerste een steen naar haar werpen.’
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Romeinen 11:25
Er is, broeders en zusters, een goddelijk geheim dat ik u niet wil onthouden, omdat ik wil voorkomen dat u op uw eigen inzicht afgaat. Slechts een deel van Israël werd onbuigzaam, en dat alleen tot het moment dat alle heidenen zijn toegetreden.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Mattheüs 21:23
Toen hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar hem toe. Ze vroegen hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet u die dingen? En wie heeft u die bevoegdheid gegeven?’
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Spreuken 26:4
Antwoord een dwaas niet met dwaasheid, word niet als hij.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Titus 1:13
Dát is pas een waar woord! Wijs hen daarom streng terecht, zodat ze een heilzaam geloof krijgen,
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Spreuken 26:12
Ken je iemand die zichzelf veel wijsheid toedicht? Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Johannes 9:26
Ze drongen aan: ‘Wat heeft hij met je gedaan? Hoe heeft hij je ogen geopend?’
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Spreuken 3:7
Wees niet eigenzinnig, maar heb ontzag voor de HEER en ga het kwaad uit de weg.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Lukas 13:23
Iemand vroeg hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Hij antwoordde:
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Mattheüs 15:1
Toen kwamen er vanuit Jeruzalem Farizeeën en schriftgeleerden naar Jezus. Ze vroegen hem:
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Lukas 12:13
Iemand uit de menigte zei tegen hem: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Jeremia 36:17
‘Wat heeft u ertoe gebracht zulke dingen op te schrijven?’
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
1 Koningen 22:24
Sidkia, de zoon van Kenaäna, kwam op Micha af en sloeg hem in zijn gezicht. 'Wilt u soms beweren dat de geest van de HEER van mij naar u is overgestoken om tegen u te spreken?' vroeg hij.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Jesaja 5:21
Wee degenen die wijs zijn in eigen ogen, die naar eigen oordeel verstandig zijn.
Gerelateerd aan Spreuken 26:5
Mattheüs 22:15
Nu trokken de Farizeeën zich terug om zich erop te beraden hoe ze hem met een uitspraak in de val konden lokken.