Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Psalmen 12:5

(12:6) Zwakken en armen zuchten onder het geweld-' Om hen sta ik op, 'zegt de HEER, 'ik breng de redding die zij verlangen.'
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Spreuken 22:22

Beroof een arme niet, hij is al arm genoeg. Vertrap een verschoppeling niet als hij terechtstaat in de poort.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Jakobus 2:13

Onbarmhartig zal het oordeel zijn over wie geen barmhartigheid heeft bewezen; maar de barmhartigheid overwint het oordeel.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Jakobus 5:1

En nu iets voor u, rijken! Weeklaag en jammer om de rampspoed die over u komt.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Lukas 16:24

Hij riep: “Vader Abraham, heb medelijden met mij en stuur Lazarus naar me toe. Laat hem het topje van zijn vinger in water dompelen om mijn tong te verkoelen, want ik lijd pijn in deze vlammen.”
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Job 20:19

Want hij heeft de armen onderdrukt en in de steek gelaten; hij heeft hun huis verwoest, hij heeft het niet gebouwd.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Zacharia 7:9

'Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Spreek eerlijk recht, wees goed en zorgzaam voor elkaar;
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Spreuken 28:3

Wie tot armoede vervallen is en de armen onderdrukt, is als regen die de oogst wegspoelt.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Micha 2:2

Willen ze een veld? Ze roven het! Willen ze een huis? Ze nemen het! Ze maken zich meester van huizen en hun bezitters, van mensen en hun eigendom.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Spreuken 28:22

Een hebzuchtig mens jaagt rijkdom na, hij weet niet dat hem gebrek wacht.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Lukas 6:33

En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Spreuken 14:31

Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper, wie zich over een arme ontfermt, eert hem.
Gerelateerd aan Spreuken 22:16

Lukas 14:12

Hij zei ook tegen degene die hem had uitgenodigd: ‘Wanneer u een maaltijd aanbiedt of een feestmaal geeft, vraag dan niet uw vrienden, uw broers, uw verwanten of uw rijke buren, in de verwachting dat zij u op hun beurt zullen uitnodigen om iets terug te doen.