Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Jakobus 2:3

Als u dan de eerste met alle zorg omringt en tegen hem zegt: 'Neemt u plaats, hier zit u goed, 'terwijl u tegen de tweede zegt: 'Ga daar maar staan, of ga maar bij mijn voetenbank op de grond zitten,'
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Jesaja 66:2

Dit alles heb ik met eigen handen gemaakt, zo is dit alles ontstaan-spreekt de HEER. Toch sla ik acht op wie verdrukt wordt, op mensen met een gebroken geest, op ieder die huivert voor mijn woorden.
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Exodus 5:2

'Wie is die HEER, dat ik hem zou gehoorzamen?' vroeg de farao. 'Waarom zou ik de Israëlieten laten gaan? Ik ken de HEER niet en de Israëlieten laat ik niet gaan.'
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

2 Koningen 4:1

Op een keer riep de vrouw van een van de profeten Elisa's hulp in: 'Mijn man, uw dienaar, die zoals u weet altijd groot ontzag had voor de HEER, is gestorven. Nu zal mijn schuldeiser komen en mijn twee kinderen als slaven meenemen.'
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

1 Samuel 25:10

Nabal antwoordde Davids knechten als volgt: 'Wie is die David? Wie is die zoon van Isaï? Het wemelt vandaag de dag van de slaven die bij hun meester weggelopen zijn.
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Jakobus 2:6

Maar u behandelt arme mensen met minachting. Zijn het dan niet de rijken die u onderdrukken en u voor de rechter slepen?
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Genesis 42:30

‘De man die het in dat land voor het zeggen heeft, sprak ons bars toe en hield ons voor spionnen.
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

1 Samuel 25:17

U moet er iets op verzinnen, want nu onze heer, die onheilstichter, zo'n toon tegen hem heeft aangeslagen, heeft hij zichzelf in het ongeluk gestort en ons erbij.'
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Jakobus 1:9

Laat de onaanzienlijke gelovige trots zijn op zijn hoge waarde,
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Genesis 42:7

Zodra Jozef zijn broers zag herkende hij hen, maar hij deed alsof zij vreemden voor hem waren en vroeg op barse toon: ‘Waar komen jullie vandaan?’ Ze antwoordden dat ze uit Kanaän kwamen en voedsel wilden kopen.
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

1 Samuel 2:36

Wie er dan nog van jouw familie over zijn, zullen hem nederig komen vragen om wat kleingeld en een stuk brood, met het verzoek: "Stel me alstublieft aan als hulppriester, zodat ik tenminste mijn brood kan verdienen."'
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Ruth 2:7

Toen ze hier aankwam zei ze: "Ik zou graag achter de maaiers aan willen gaan om aren te lezen bij de schoven, "en nu is ze hier al de hele dag, vanaf de vroege ochtend-ze heeft maar even gezeten.'
Gerelateerd aan Spreuken 18:23

Mattheüs 5:3

‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel.