Gerelateerd aan Spreuken 11:25

Gerelateerd aan Spreuken 11:25

Mattheüs 5:7

Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden.
Gerelateerd aan Spreuken 11:25

Jesaja 32:8

Maar een edel mens zint op edele daden, hij zet zich in voor al wat edel is.
Gerelateerd aan Spreuken 11:25

Spreuken 28:27

Wie aan de armen geeft, lijdt nooit gebrek, wie zijn ogen sluit, wordt door veel vervloekingen getroffen.
Gerelateerd aan Spreuken 11:25

Mattheüs 25:34

Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is.
Gerelateerd aan Spreuken 11:25

Jesaja 58:7

Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen?
Gerelateerd aan Spreuken 11:25

2 Korinthe 9:6

Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten.
Gerelateerd aan Spreuken 11:25

Job 29:13

Ik werd gezegend door de stervende, in het hart van de weduwe bracht ik de vreugde terug.
Gerelateerd aan Spreuken 11:25

Job 31:16

Onthield ik aan de armen ooit waar ze om vroegen, liet ik de ogen van weduwen versmachten?