Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Psalmen 15:5
voor een lening vraagt hij geen rente, hij verraadt geen onschuldigen voor geld. Wie zo doet, komt nooit ten val.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Psalmen 58:9
(58:10) als een doorntak die in storm verwaait, nog voor hij de pot kan verhitten.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Spreuken 10:30
Wie rechtvaardig is, zal nooit wankelen, de goddelozen worden van de aarde weggevaagd.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Spreuken 12:3
Goddeloosheid brengt een mens ten val, de rechtvaardigen staan onwrikbaar geworteld.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
2 Timotheüs 2:19
Maar het fundament dat God gelegd heeft, ligt onwrikbaar vast en draagt het opschrift: 'De Heer weet wie hem toebehoren' en 'Laat ieder die de naam van de Heer noemt, onrecht uit de weg gaan'.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Psalmen 73:18
Ja, u zet hen op een glibberig pad en stort hen in een diepe afgrond.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Job 21:18
Wordt hij weggeblazen als kaf in de wind? Wordt hij meegerukt als dorre aren in de storm?
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Jesaja 40:24
nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid,nauwelijks hebben ze wortel geschoten, of hij blaast over hen, en ze verdorren en de stormwind neemt hen op als kaf.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Spreuken 1:27
wanneer ellende op je afkomt als een storm, ongeluk als een onweer over je losbarst, leed en nood je treffen.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Mattheüs 7:24
Wie deze woorden van mij hoort en ernaar handelt, kan vergeleken worden met een verstandig man, die zijn huis bouwde op een rots.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Efeze 2:20
gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, met Christus Jezus zelf als de hoeksteen.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
1 Timotheüs 6:19
Zo leggen ze een stevig fundament voor de toekomst, en winnen ze het ware leven.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Psalmen 37:9
Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Job 27:19
Rijk gaat hij slapen-voor het laatst: wanneer hij zijn ogen opent, is zijn bezit vergaan.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Mattheüs 16:18
En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen.
Gerelateerd aan Spreuken 10:25
Spreuken 12:7
De goddelozen worden omvergeworpen en verdwijnen, het huis van de rechtvaardigen houdt stand.