Spreuken 10:16-19

SV

16Het werk des rechtvaardigen is ten leven; de inkomst des goddelozen is ter zonde.
17Het pad tot het leven is desgenen die de tucht bewaart; maar die de bestraffing verlaat, doet dwalen.
18Die den haat bedekt, is van valse lippen, en die een kwaad gerucht voortbrengt, is een zot.
19In de veelheid der woorden ontbreekt de overtreding niet; maar die zijn lippen wederhoudt, is kloek verstandig.

KJV

16The labour of the righteous tendeth to life: the fruit of the wicked to sin.
17He is in the way of life that keepeth instruction: but he that refuseth reproof erreth.
18He that hideth hatred with lying lips, and he that uttereth a slander, is a fool.
19In the multitude of words there wanteth not sin: but he that refraineth his lips is wise.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.