Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Psalmen 124:3
ze hadden ons levend verslonden, zo hevig was hun woede.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Psalmen 28:1
Van David. U, HEER, roep ik aan, mijn rots, houd u niet doof. Als u blijft zwijgen, word ik een dode met de doden in het graf.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Romeinen 3:13
Hun keel is een open graf, hun tong is bedrieglijk, achter hun lippen schuilt het gif van een adder,
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Micha 3:2
Maar jullie haten het goede en houden van het kwaad. Jullie stropen mijn volk de huid af en rukken het vlees van hun botten.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Psalmen 35:25
laat hen niet kunnen denken: 'Dit is wat we wilden.' Laat hen niet kunnen zeggen: 'We hebben hem verslonden.'
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Klaagliederen 2:16
Al je vijanden sperren hun mond naar je open; ze fluiten, grijnzen en spotten: ‘We hebben haar verwoest! Ja, dit is de dag waarop we hoopten, hiernaar hebben wij uitgezien!’
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Klaagliederen 2:5
De Heer was een vijand voor hen: hij verwoestte Israël. Hij heeft de paleizen verwoest, de vestingen vernietigd. Hij heeft in heel Juda de jammerklachten vermeerderd.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Numeri 26:10
De aarde had haar mond geopend en hen met Korach opgeslokt, terwijl zijn tweehonderdvijftig aanhangers de dood vonden door een verterend vuur. Zo waren zij een afschrikwekkend voorbeeld geworden.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Psalmen 57:3
(57:4) Uit de hemel zal hij hulp sturen, wie mij bedreigt wordt smadelijk verjaagd. sela Ja, God stuurt mij zijn liefde en trouw.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Psalmen 5:9
(5:10) Onwaarheid komt uit hun mond, onheil huist in hun hart, een open graf is hun keel, gespleten is hun tong.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Psalmen 143:7
HEER, geef mij antwoord, haast u, mijn kracht is uitgeput. Houd u niet voor mij verborgen, ik word als wie afgedaald is in het graf.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Jeremia 51:34
“Koning Nebukadnessar van Babylonië heeft mij in stukken gereten, opgevreten. Hij heeft van mij een lege schotel gemaakt. Als een krokodil heeft hij me opgeslokt. Hij heeft zijn buik gevuld met mijn beste vlees en me daarna weggegooid, ” zegt Israël.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Psalmen 56:1
Voor de koorleider. Op de wijs van Een roerloze duif in de verte. Van David, een stil gebed, toen de Filistijnen hem in Gat hadden gegrepen. (56:2) Wees mij genadig, God, want ze bedreigen mij, de hele dag bestoken en bestrijden ze mij.
Gerelateerd aan Spreuken 1:12
Numeri 16:30
Maar als de HEER iets laat gebeuren dat nog nooit gebeurd is, als de aarde haar mond openspert en hen met al hun bezittingen opslokt en zij levend in het dodenrijk afdalen, dan zult u inzien dat die mannen de HEER hebben afgewezen.'