Gerelateerd aan Ruth 4:11
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Genesis 29:32
Lea werd zwanger en bracht een zoon ter wereld, die ze Ruben noemde, ‘want, ‘zei ze, ‘de HEER heeft gezien wat ik te verduren heb. Nu zal mijn man van mij houden.’
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Mattheüs 2:6
“En jij, Betlehem in het land van Juda, bent zeker niet de minste onder de leiders van Juda, want uit jou komt een leider voort die mijn volk Israël zal hoeden.”’
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Psalmen 127:3
Kinderen zijn een geschenk van de HEER, de vrucht van de schoot is een beloning van God.
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Genesis 35:16
(16-17) Toen ze weer uit Betel waren vertrokken en nog maar een uur of twee van Efrat verwijderd waren, moest Rachel bevallen. Het was een moeizame bevalling en ze had het erg zwaar, maar de vroedvrouw zei tegen haar: ‘Troost je: je hebt er een zoon bij!’
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Micha 5:2
(5:1) Uit jou, Betlehem in Efrata, te klein om tot Juda's geslachten te behoren, uit jou komt iemand voort die voor mij over Israël zal heersen. Zijn oorsprong ligt in lang vervlogen tijden, in de dagen van weleer.
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Psalmen 128:3
je vrouw als een vruchtbare wijnstok in het midden van je huis, je kinderen als jonge olijfbomen in een kring om je tafel.
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Deuteronomium 25:9
moet zij ten overstaan van de oudsten op hem afgaan, hem zijn sandaal uittrekken en hem in zijn gezicht spugen, waarbij ze hem toevoegt: ‘Zo vergaat het de man die zijn broer nageslacht onthoudt.’
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Psalmen 132:6
In Efrata hoorden wij van de ark, wij vonden hem in de velden van Jaär.
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Genesis 46:8
Dit zijn de namen van de Israëlieten-Jakob en zijn nakomelingen-die naar Egypte kwamen. Jakobs oudste zoon: Ruben.
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Numeri 26:1
(25:19) Na de plaag zei de HEER tegen Mozes en Eleazar, de zoon van de priester Aäron:
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Spreuken 14:1
Vrouwe Wijsheid bouwt haar huis, Dwaasheid breekt het hare eigenhandig af.
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Genesis 24:60
Daarbij zegenden ze Rebekka met de woorden: ‘Zuster van ons, wij wensen jou duizend maal tienduizend nazaten toe, en moge de stad van de vijand hun in handen vallen.’
Gerelateerd aan Ruth 4:11
Ruth 1:2
De naam van de man was Elimelech, die van zijn vrouw Noömi, en zijn twee zonen heetten Machlon en Kiljon; het waren Efratieten uit Betlehem in Juda. Toen ze in Moab waren aangekomen, bleven ze daar als vreemdeling wonen.