Gerelateerd aan Ruth 2:10

Gerelateerd aan Ruth 2:10

1 Samuel 25:23

(23-24) Zodra Abigaïl David zag, sprong ze van haar ezel af. Ze viel voor zijn voeten op haar knieën, boog diep voorover en zei: 'Mij treft alle schuld, mijn heer. Sta me toe het woord tot u te richten en wees zo goed te luisteren naar wat ik te zeggen heb.
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Lukas 1:43

Wie ben ik dat de moeder van mijn Heer naar mij toe komt?
Gerelateerd aan Ruth 2:10

2 Samuel 19:28

(19:29) U had het in uw macht om heel mijn familie ter dood te brengen, maar u nam mij op aan uw hof. Met welk recht zou ik me dan nu nog bij u beklagen?'
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Lukas 17:16

Hij viel neer aan Jezus’ voeten om hem te danken. Het was een Samaritaan.
Gerelateerd aan Ruth 2:10

2 Samuel 9:8

Opnieuw boog Mefiboset, en hij zei: 'Wie ben ik, heer, dat u zich bekommert om een dode hond als ik?'
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Lukas 1:48

hij heeft oog gehad voor mij, zijn minste dienares. Alle geslachten zullen mij voortaan gelukkig prijzen,
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Romeinen 12:10

Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf.
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Ruth 2:13

'Ik dank u, heer, 'zei ze, 'want u hebt zich mijn lot aangetrokken en mij moed ingesproken, terwijl ik niet eens bij u in dienst ben.'
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Mattheüs 15:22

Plotseling klonk de roep van een Kanaänitische vrouw die uit die streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Genesis 18:2

Toen hij opkeek, zag hij even verderop plotseling drie mannen staan. Onmiddellijk snelde hij de tent uit, naar hen toe. Hij boog diep
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Ruth 2:2

Ruth, de Moabitische, zei tegen Noömi: 'Ik zou graag naar het land willen gaan om aren te lezen bij iemand die me dat toestaat.' Noömi antwoordde: 'Doe dat maar, mijn dochter.'
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Mattheüs 25:35

Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op,
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Lukas 7:6

Jezus ging samen met hen op weg. Hij was al niet ver meer van het huis verwijderd, toen de centurio enkele vrienden naar hem toe stuurde met de mededeling: ‘Heer, spaar u de moeite, want ik ben het niet waard dat u onder mijn dak komt.
Gerelateerd aan Ruth 2:10

Jesaja 56:3

De vreemdeling die zich met de HEER heeft verbonden, laat hij niet zeggen: ‘De HEER zondert mij zeker af van zijn volk.’ En laat de eunuch niet zeggen: ‘Ik ben maar een dorre boom.’