Gerelateerd aan Romeinen 14:14

Gerelateerd aan Romeinen 14:14

1 Korinthe 8:7

Maar niet iedereen bezit deze kennis. Sommigen van u zijn zo aan hun afgod gewend dat ze het offervlees nog altijd als een offer aan die afgod zien. Hierdoor wordt hun geweten, dat zwak is, bezwaard.
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

Titus 1:15

Voor wie rein zijn, is alles rein; maar voor wie bezoedeld en ongelovig zijn, is niets rein, want zowel hun verstand als hun geweten is bezoedeld.
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

Romeinen 14:2

De een gelooft dat hij alles mag eten, maar iemand die een zwak geloof heeft eet alleen groenten.
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

Romeinen 14:20

Breek het werk van God niet af omwille van wat u eet. Weliswaar is alle voedsel rein, maar het is verkeerd om iets te eten dat iemand aanstoot geeft.
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

Handelingen 10:14

Maar Petrus antwoordde: ‘Nee, Heer, in geen geval, want ik heb nog nooit iets gegeten dat verwerpelijk of onrein is.’
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

Romeinen 14:23

maar wie twijfelt of hij alles mag eten, is op het moment dat hij alles eet al veroordeeld. Want het komt niet voort uit geloof, en alles wat niet uit geloof voortkomt is zondig.
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

1 Korinthe 8:10

Wanneer namelijk iemand met een zwak geweten ziet dat u, met uw kennis, in een afgodentempel deelneemt aan een maaltijd, wordt hij er dan niet toe verleid dat offervlees te eten?
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

1 Timotheüs 4:4

Alles wat God geschapen heeft is goed. Niets hoeft te worden verworpen als het onder dank wordt aangenomen,
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

1 Korinthe 10:25

U mag alles eten wat er in de vleeshal wordt verkocht; u hoeft niet omwille van uw geweten na te gaan waar het vandaan komt.
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

Handelingen 11:8

Maar ik antwoordde: “Nee, Heer, in geen geval, want ik heb nog nooit gegeten van iets dat verwerpelijk of onrein is.”
Gerelateerd aan Romeinen 14:14

Handelingen 10:28

Hij zei tegen hen: ‘U weet dat het Joden verboden is met niet-Joden om te gaan en dat ze niet bij hen aan huis mogen komen, maar God heeft me duidelijk gemaakt dat ik geen enkel mens als verwerpelijk of onrein mag beschouwen.