Gerelateerd aan Richteren 3:9

Gerelateerd aan Richteren 3:9

Richteren 1:13

Otniël, een zoon van Kalebs jongere broer Kenaz, veroverde de stad en kreeg Achsa tot vrouw.
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Richteren 3:15

Toen riepen ze de HEER te hulp, en de HEER zond iemand om hen te bevrijden: Ehud, de zoon van Gera uit de stam Benjamin, een linkshandige. Deze Ehud ging namens de Israëlieten schatting afdragen aan koning Eglon.
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Richteren 10:10

dat ze de HEER te hulp riepen en zeiden: 'We hebben tegen u, onze God, gezondigd door u de rug toe te keren en de Baäls te dienen.'
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Richteren 6:7

Toen de Israëlieten de HEER tegen de Midjanieten te hulp riepen,
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Richteren 4:3

Jabin beschikte over negenhonderd ijzeren strijdwagens en heerste met harde hand over Israël, wel twintig jaar lang. Daarom riepen de Israëlieten de HEER te hulp.
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Richteren 2:16

Dan liet de HEER een rechter optreden om het volk te leiden en het te bevrijden van de roversbenden.
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Nehemia 9:27

Daarom leverde u hen uit aan hun onderdrukkers. Wanneer ze werden onderdrukt riepen ze u aan, en u, vanuit de hemel, verhoorde hen. In uw grote liefde stuurde u bevrijders naar hen toe, en telkens weer redden die hen van hun onderdrukkers.
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Psalmen 78:34

Zodra er doden vielen, zochten zij God, zij kwamen tot inkeer en verlangden naar hem,
Gerelateerd aan Richteren 3:9

1 Samuel 12:10

riepen ze de HEER te hulp en zeiden: "We hebben gezondigd! We hebben de HEER de rug toegekeerd om de Baäls en Astartes te vereren. Bevrijd ons uit de greep van onze vijanden, dan zullen we u weer dienen."
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Psalmen 22:5

(22:6) tot u geroepen en zij ontkwamen, op u vertrouwd en zij werden niet beschaamd.
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Psalmen 107:13

Ze schreeuwden in hun angst tot de HEER -hij heeft hen gered uit vele gevaren,
Gerelateerd aan Richteren 3:9

Psalmen 106:41

Hij gaf het in de macht van vreemde volken, zij werden overheerst door hun haters,