Gerelateerd aan Richteren 3:15

Gerelateerd aan Richteren 3:15

Psalmen 78:34

Zodra er doden vielen, zochten zij God, zij kwamen tot inkeer en verlangden naar hem,
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Richteren 3:9

De Israëlieten riepen de HEER te hulp, en de HEER zond iemand om hen te bevrijden: Otniël, een zoon van Kalebs jongere broer Kenaz.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Jesaja 36:16

luister dan niet naar hem. Want dit zegt de koning van Assyrië: ‘Geef u over en stel u onder mijn hoede, dan kan ieder van u van zijn wijnstok en zijn vijgenboom eten en het water uit zijn eigen put drinken,
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Richteren 20:16

dat waren zevenhonderd linkshandige slingeraars die zo haarscherp konden mikken dat ze hun doel nooit misten.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

1 Kronieken 12:2

waren ook stamgenoten van Saul uit Benjamin. Zij waren uitgerust met pijlen en bogen en met slingers, die ze zowel met de rechter- als met de linkerhand konden hanteren.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Psalmen 90:15

Geef ons vreugde, vergoed de dagen dat u ons kwelde, de jaren dat wij ellende doorstonden.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Jeremia 33:3

Roep mij aan, en ik zal je antwoorden, ik zal je grote, wonderlijke dingen bekendmaken, dingen die je volkomen onbekend zijn.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Jeremia 29:12

Jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, en ik zal naar jullie luisteren.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Spreuken 18:16

Wie geschenken uitdeelt, opent deuren voor zichzelf, hij verschaft zich toegang tot de machtigen.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Spreuken 21:14

Een heimelijke gift doet woede bedaren, onderhands gegeven geld temt razernij.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Psalmen 50:15

Roep mij te hulp in tijden van nood, ik zal je redden, en je zult mij eren.'
Gerelateerd aan Richteren 3:15

Spreuken 19:6

Velen dingen naar de gunst van een voornaam persoon, ieder is de vriend van een vrijgevig mens.
Gerelateerd aan Richteren 3:15

1 Samuel 10:27

Sommigen waren minder overtuigd en zeiden smalend: 'Moet die ons uit de nood redden?' Ze keken minachtend op hem neer en boden hem geen geschenken aan. Maar Saul deed alsof hij er niets van merkte.