Gerelateerd aan Richteren 2:13

Gerelateerd aan Richteren 2:13

Richteren 10:6

Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER: weer begonnen ze de Baäls en Astartes te vereren, en ook de goden van Aram, Sidon en Moab en de goden van de Ammonieten en de Filistijnen. Ze keerden de HEER de rug toe en dienden hem niet meer.
Gerelateerd aan Richteren 2:13

Psalmen 106:36

vereerden hun godenbeelden en raakten verstrikt in hun netten.
Gerelateerd aan Richteren 2:13

Richteren 3:7

De Israëlieten deden wat slecht is in de ogen van de HEER: ze vergaten de HEER, hun God, en dienden de Baäls en de Asjera's.
Gerelateerd aan Richteren 2:13

1 Koningen 11:5

Salomo zocht zijn heil bij Astarte, de godin van de Sidoniërs, en Milkom, de gruwelijke god van de Ammonieten.
Gerelateerd aan Richteren 2:13

1 Korinthe 8:5

Ook al zijn er zogenaamde goden in de hemel of op aarde-en zo zijn er immers heel wat goden en heren-,
Gerelateerd aan Richteren 2:13

1 Samuel 31:10

Sauls wapenrusting kreeg een plaats in de tempel van Astarte en zijn lijk werd aan de stadsmuur van Bet-San genageld.
Gerelateerd aan Richteren 2:13

1 Koningen 11:33

Ik breng deze scheuring teweeg omdat ze mij verlaten hebben en Astarte zijn gaan vereren, de godin van de Sidoniërs, en Kemos, de god van Moab, en Milkom, de god van de Ammonieten. Ze zijn mij ongehoorzaam geworden en hebben gedaan wat slecht is in mijn ogen, want ze hebben mijn voorschriften en rechtsregels niet nageleefd zoals Salomo's vader David dat deed.
Gerelateerd aan Richteren 2:13

1 Korinthe 10:20

Dat niet, maar wel dat heidenen aan demonen offeren en niet aan God, en ik wil niet dat u één wordt met demonen.
Gerelateerd aan Richteren 2:13

2 Koningen 23:13

De offerplaatsen buiten de stad, ten zuiden van de Berg van het verderf, die koning Salomo van Israël had laten oprichten voor Astarte, de gruwelijke godin van de Sidoniërs, Kemos, de gruwelijke god van Moab, en Milkom, de weerzinwekkende god van Ammon, werden door de koning ontwijd:
Gerelateerd aan Richteren 2:13

Richteren 2:11

De Israëlieten begonnen te doen wat slecht is in de ogen van de HEER: ze gingen de Baäls dienen.