Gerelateerd aan Richteren 11
Gerelateerd aan Richteren 11:1
Hebreeën 11:32
Wat valt hier nog aan toe te voegen? De tijd ontbreekt me om te vertellen over Gideon en Barak, Simson en Jefta, David en Samuël, en over de profeten,
Gerelateerd aan Richteren 11:1
Richteren 6:12
De engel van de HEER vertoonde zich aan hem en zei: 'De HEER zij met je, dappere krijgsman.'
Gerelateerd aan Richteren 11:1
2 Koningen 5:1
Naäman, de bevelhebber van het Aramese leger, stond bij zijn koning in hoog aanzien en werd zeer door hem gewaardeerd, want de HEER had hem voor Aram een grote overwinning laten behalen. Maar deze grote krijgsman leed aan huidvraat.
Gerelateerd aan Richteren 11:2
Genesis 12:10
Eens brak er in het land hongersnood uit. Abram trok naar Egypte om daar tijdelijk te gaan wonen, want de hongersnood was zeer zwaar.
Gerelateerd aan Richteren 11:2
Spreuken 6:24
Hun onderricht beschermt je tegen lichtzinnige vrouwen, tegen de gladde woorden van een afgedwaalde vrouw.
Gerelateerd aan Richteren 11:2
Deuteronomium 23:2
(23:3) Ook bastaards en hun nakomelingen tot in het tiende geslacht zullen er nooit aan mogen deelnemen.
Gerelateerd aan Richteren 11:2
Galaten 4:30
Maar wat zegt de Schrift? 'Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de vrijgeboren vrouw mag niet de erfenis delen met de zoon van de slavin.'
Gerelateerd aan Richteren 11:2
Spreuken 5:20
Waarom, mijn zoon, zou je dan dwalen bij een lichtzinnige vrouw, je vlijen aan de borsten van zo'n afgedwaalde?
Gerelateerd aan Richteren 11:2
Spreuken 2:16
En inzicht houdt de wacht om je te beschermen tegen een lichtzinnige vrouw, die je met haar vleierij wil paaien,
Gerelateerd aan Richteren 11:3
Richteren 9:4
Ze gaven hem zeventig sjekel uit de tempel van Baäl-Berit. Met dat geld huurde Abimelech een legertje gewetenloze avonturiers.
Gerelateerd aan Richteren 11:3
1 Samuel 22:2
Ook allerlei mensen die in moeilijkheden zaten, schulden hadden of verbitterd waren, sloten zich bij hem aan. David werd hun aanvoerder; het was een groep van ongeveer vierhonderd man.
Gerelateerd aan Richteren 11:3
2 Samuel 10:6
De Ammonieten beseften dat ze zich bij David onmogelijk hadden gemaakt. Daarom wierven ze huurlingen: twintigduizend man voetvolk bij de Arameeërs van Rechob en Soba, duizend man bij de koning van Maächa en nog eens twaalfduizend bij Is-Tob.
Gerelateerd aan Richteren 11:3
2 Samuel 10:8
De Ammonieten rukten uit en stelden zich in slagorde op voor de poort. De Arameeërs van Soba en Rechob en de mannen van Is-Tob en Maächa betrokken stellingen elders in het veld.
Gerelateerd aan Richteren 11:3
Handelingen 17:5
Maar de Joden die het geloof niet hadden aanvaard, werden vervuld van jaloezie en riepen enkele raddraaiers te hulp, die een volksoploop veroorzaakten en grote beroering in de stad teweegbrachten. Ze trokken naar het huis van Jason om Paulus en Silas aan een volksgericht te onderwerpen,
Gerelateerd aan Richteren 11:3
1 Samuel 30:22
Onder de mannen die met David waren meegegaan, was echter een aantal kwaadwillige lieden die zeiden: 'Omdat zij niet met ons zijn meegegaan, krijgen ze niets van de buit die wij heroverd hebben. Ze kunnen hun eigen vrouwen en kinderen terugkrijgen en dan moeten ze maar gaan.'
Gerelateerd aan Richteren 11:3
1 Samuel 27:2
Daarom vertrok hij met de zeshonderd man die bij hem waren naar de koning van Gat, Achis, de zoon van Maoch,
Gerelateerd aan Richteren 11:3
Job 30:1
Maar nu bespotten ze mij, mannen die minder jaren tellen dan ik, zonen van vaders die zelfs de honden van mijn kudden onwaardig waren!
Gerelateerd aan Richteren 11:4
Richteren 10:9
Uiteindelijk staken de Ammonieten zelfs de Jordaan over om de strijd aan te binden met Juda, Benjamin en Efraïm. De Israëlieten kregen het zo zwaar te verduren
Gerelateerd aan Richteren 11:5
Richteren 10:9
Uiteindelijk staken de Ammonieten zelfs de Jordaan over om de strijd aan te binden met Juda, Benjamin en Efraïm. De Israëlieten kregen het zo zwaar te verduren
Gerelateerd aan Richteren 11:5
1 Samuel 11:12
Na afloop zeiden de Israëlieten tegen Samuël: 'Wie heeft gezegd: "Moet Saul onze koning zijn?" Lever die mannen aan ons uit, dan zullen we ze ter dood brengen.'
1
2
3
4
5
6
7