Gerelateerd aan Richteren 10:15

Gerelateerd aan Richteren 10:15

1 Samuel 3:18

Zonder iets achter te houden vertelde Samuël hem alles wat hij had gehoord, en Eli zei: 'Hij is de HEER. Laat hij doen wat hij het beste vindt.'
Gerelateerd aan Richteren 10:15

2 Samuel 15:26

Maar als de HEER mij afwijst, dan zal ik me daar bij neerleggen. Hij mag met me doen wat hij het beste vindt.'
Gerelateerd aan Richteren 10:15

1 Johannes 1:8

Als we zeggen dat we de zonde niet kennen, misleiden we onszelf en is de waarheid niet in ons.
Gerelateerd aan Richteren 10:15

Jozua 9:25

Maar nu zijn we in uw macht. Doe met uw dienaren wat naar uw oordeel goed en rechtvaardig is.'
Gerelateerd aan Richteren 10:15

2 Samuel 10:12

Wees sterk! Laten we onze krachten bundelen omwille van ons volk en de steden van onze God; de HEER zal doen wat hij het beste vindt.'
Gerelateerd aan Richteren 10:15

Spreuken 28:13

Wie zijn fouten verbergt, zal geen voorspoed kennen, wie ze toegeeft en vermijdt, krijgt vergeving.
Gerelateerd aan Richteren 10:15

Jona 3:9

Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.'
Gerelateerd aan Richteren 10:15

2 Samuel 12:13

David antwoordde Natan: 'Ik heb gezondigd tegen de HEER.' Toen zei Natan: 'De HEER vergeeft u die zonde, u zult niet sterven.
Gerelateerd aan Richteren 10:15

2 Samuel 24:14

David antwoordde: 'Ik ben in het nauw gedreven! Liever vallen wij in handen van de HEER, want groot is zijn mededogen, dan dat ik in mensenhanden val.'
Gerelateerd aan Richteren 10:15

2 Samuel 24:10

Toen het tot David doordrong wat hij had gedaan, sloeg de schrik hem om het hart. Hij zei tegen de HEER: 'Ik heb ernstig gezondigd met mijn daad. Ach HEER, vergeef uw dienaar zijn zonde; ik ben een dwaas geweest.'
Gerelateerd aan Richteren 10:15

Jona 2:4

(2:5) Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen. Maar eens zal ik opnieuw uw heilige tempel aanschouwen.
Gerelateerd aan Richteren 10:15

Job 33:27

Dan zingt hij het uit en zegt tegen ieder: "Ik heb gezondigd, wat recht is maakte ik krom, maar het werd mij niet aangerekend.
Gerelateerd aan Richteren 10:15

Job 34:31

Stel, een mens heeft tegen God gezegd: "Ik heb mijn straf gekregen, ik zal niets kwaads meer doen.