Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Hosea 5:15
Ik ga terug naar de plaats waar ik woon, totdat ze voor hun daden geboet hebben en mij weer gaan zoeken. Door de nood gedreven zullen ze weer naar mij vragen.
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Numeri 21:7
Daarop ging het volk naar Mozes. 'We hebben gezondigd, 'zeiden ze, 'want we hebben de HEER en u verwijten gemaakt. Bid tot de HEER dat hij ons van die slangen verlost.' Mozes bad voor het volk,
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Richteren 3:12
Weer deden de Israëlieten wat slecht is in de ogen van de HEER. Daarom zette de HEER koning Eglon van Moab aan om de wapens tegen Israël op te nemen.
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Jesaja 26:6
Dan wordt ze onder de voet gelopen, vertrapt door de zwakken, vertreden door de armen.’
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Richteren 3:8
De HEER werd woedend op de Israëlieten en leverde ze uit aan Kusan-Risataïm, de koning van Aram-Naharaïm; acht jaar moesten ze hem dienen.
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Jeremia 22:23
Jij die zetelt op de Libanon, in cederbomen nestelt, wat zul je zuchten en kreunen, zoals een vrouw in barensnood.
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Richteren 4:3
Jabin beschikte over negenhonderd ijzeren strijdwagens en heerste met harde hand over Israël, wel twintig jaar lang. Daarom riepen de Israëlieten de HEER te hulp.
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Hosea 7:14
Ze roepen niet eerlijk en oprecht tot mij, maar liggen te jammeren op hun bed. Ze kerven hun lichaam voor hun goden, smekend om koren en wijn, en zo keren ze zich tegen mij.
Gerelateerd aan Psalmen 78:34
Richteren 10:7
De HEER ontstak in woede en leverde hen uit aan de Filistijnen en de Ammonieten.