Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Psalmen 66:5
Kom en zie de werken van God, zijn daden vervullen de mens met ontzag:
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Jesaja 61:4
Wat eertijds vernield werd, zullen zij herbouwen, de lang verlaten streken weer bevolken; ze herstellen de vervallen steden, verlaten sinds mensenheugenis.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Jesaja 34:2
De HEER koestert woede tegen alle volken, zijn toorn ontbrandt tegen heel hun legermacht. Hun wacht de vernietiging, hij heeft hen voor de slacht bestemd.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
2 Kronieken 20:23
De Ammonieten en Moabieten raakten slaags met de bewoners van het Seïrgebergte en doodden hen tot de laatste man. En nadat ze met de bewoners van Seïr hadden afgerekend, stortten ze zich op elkaar.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Psalmen 92:4
(92:5) U verheugt mij, HEER, met uw daden, ik juich om wat uw hand verricht.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Jesaja 24:1
De HEER verwoest de aarde en slaat haar kaal, hij ontwricht haar en verstrooit haar bewoners.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Exodus 12:30
De farao, zijn hovelingen en alle andere Egyptenaren schrokken die nacht wakker, en in heel Egypte klonk een luid gejammer, want er was geen huis waarin geen dode was.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Numeri 23:23
Voortekens lezen is Jakob vreemd, van waarzeggerij houdt Israël zich ver; God zelf spreekt tot Jakob, op zijn eigen tijd, God zelf zegt tegen Israël wat hij bewerken zal.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Jozua 11:20
De HEER had namelijk alle volken zo eigenzinnig gemaakt dat ze hoe dan ook oorlog tegen Israël wilden voeren. Daarom hoefden de Israëlieten die volken niet te sparen en konden ze die vernietigen. Ja, zo konden ze die volken uitroeien, zoals de HEER aan Mozes had opgedragen.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Psalmen 111:2
Machtig zijn de werken van de HEER, wie ze liefheeft, onderzoekt ze.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Exodus 14:30
(30-31) Zo redde de HEER de Israëlieten die dag uit de handen van de Egyptenaren. Toen ze de Egyptenaren dood langs de zee zagen liggen en het tot hen doordrong hoe krachtig de HEER tegen Egypte was opgetreden, kregen ze ontzag voor de HEER en stelden ze hun vertrouwen in hem en in zijn dienaar Mozes.
Gerelateerd aan Psalmen 46:8
Exodus 10:7
De hovelingen zeiden tegen de farao: 'Hoe lang moet die man ons nog in de ellende storten? Laat die Israëlieten toch gaan om de HEER, hun God, te vereren. Ziet u dan nog steeds niet in dat Egypte zo te gronde gaat?'