Psalmen 22:13-14, 17, 21

SV

13Vele varren hebben mij omsingeld, sterke stieren van Basan hebben mij omringd.
14Zij hebben hun mond tegen mij opgesperd, als een verscheurende en brullende leeuw.
17Want honden hebben mij omsingeld; een vergadering van boosdoeners heeft mij omgeven; zij hebben mijn handen en mijn voeten doorgraven.
21Red mijn ziel van het zwaard, mijn eenzame van het geweld des honds.

KJV

13They gaped upon me with their mouths, as a ravening and a roaring lion.
14I am poured out like water, and all my bones are out of joint: my heart is like wax; it is melted in the midst of my bowels.
17I may tell all my bones: they look and stare upon me.
21Save me from the lion's mouth: for thou hast heard me from the horns of the unicorns.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.