Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Openbaring 12:5

Maar toen ze het kind gebaard had-een zoon, die alle volken met een ijzeren herdersstaf zal hoeden-, werd het dadelijk weggevoerd naar God en zijn troon.
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Openbaring 2:26

Wie overwint en mij navolgt tot het einde, zal ik macht geven over alle volken.
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Psalmen 89:23

(89:24) zijn belagers zal ik voor zijn ogen verslaan, zijn haters vermorzelen.
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Psalmen 110:5

De Heer aan uw rechterhand verplettert koningen op de dag van zijn toorn.
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Jesaja 30:14

en breekt als de kruik van een pottenbakker, die zo meedogenloos wordt verbrijzeld dat er geen scherf meer over is waarmee vuur uit de haard gehaald of water uit een vat geschept kan worden.
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Openbaring 19:15

Uit zijn mond komt een scherp zwaard waarmee hij de volken zal slaan, en hij zal hen met een ijzeren herdersstaf hoeden. Hij zal de wijnpers van de hevige woede van de almachtige God treden.
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Daniel 2:44

Maar ten tijde van die koninkrijken zal de God van de hemel een rijk laten opkomen dat nooit te gronde zal gaan en dat nooit op een ander volk zal overgaan. Het zal al die koninkrijken verbrijzelen en vernietigen, maar zelf zal het eeuwig bestaan-
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Psalmen 21:8

(21:9) Uw hand zal uw vijanden slaan, uw machtige hand uw haters treffen,
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Jeremia 19:11

en zeg tegen hen: Dit zegt de HEER van de hemelse machten: Zo zal ik dit volk en deze stad stukslaan. Zoals iemand een kruik aan stukken slaat, zo zal ik Tofet treffen-onherstelbaar. Omdat er nergens anders plaats meer is, zullen ze hun doden zelfs in dit dal begraven.
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Jesaja 60:12

Elk volk of koninkrijk dat weigert jou te dienen, zal ten onder gaan; al die volken zullen worden verdelgd en vernietigd.
Gerelateerd aan Psalmen 2:9

Mattheüs 21:44

Wie over die steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie die steen valt zal worden verpletterd.’