Psalmen 139:1-5

SV

1Een psalm van David, voor den opperzangmeester. HEERE! Gij doorgrondt en kent mij.
2Gij weet mijn zitten en mijn opstaan; Gij verstaat van verre mijn gedachten.
3Gij omringt mijn gaan en mijn liggen; en Gij zijt al mijn wegen gewend.
4Als er nog geen woord op mijn tong is, zie, HEERE! Gij weet het alles.
5Gij bezet mij van achteren en van voren, en Gij zet Uw hand op mij.

KJV

1O LORD, thou hast searched me, and known me.
2Thou knowest my downsitting and mine uprising, thou understandest my thought afar off.
3Thou compassest my path and my lying down, and art acquainted with all my ways.
4For there is not a word in my tongue, but, lo, O LORD, thou knowest it altogether.
5Thou hast beset me behind and before, and laid thine hand upon me.
Helaas geen NBV vertaling meer. Binnen de huidige voorwaarden van het Nederlands-Vlaams Bijbelgenootschap is dit momenteel niet toegestaan.

Suggesties voor alternatieven zijn welkom via het feedback formulier.