SV
4Hunlieder afgoden zijn zilver en goud, het werk van des mensen handen;
5Zij hebben een mond, maar spreken niet; zij hebben ogen, maar zien niet;
6Oren hebben zij, maar horen niet; zij hebben een neus, maar zij rieken niet;
7Hun handen hebben zij, maar tasten niet; hun voeten, maar gaan niet; zij geven geen geluid door hun keel.
Deze bijbeltekst is ontleend aan aan de Staten Vertaling van 1637