Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Richteren 2:14
Toen ontstak de HEER in woede tegen de Israëlieten. Hij leverde hen uit aan roversbenden en aan de hen omringende vijanden, zodat ze daartegen geen stand meer hielden.
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Deuteronomium 9:29
Ach HEER, het is toch het volk dat u toebehoort en dat u door uw grote macht met opgeheven arm hebt bevrijd?’
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Deuteronomium 32:19
Toen de HEER zag wat u deed, bemerkte hoe zijn kinderen hem krenkten, ontstak hij in hevige toorn en zei:
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Psalmen 74:1
Een kunstig lied van Asaf. Waarom, God, hebt u ons voor altijd verstoten, brandt uw woede tegen de schapen die u hoedt?
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Richteren 2:20
De HEER ontstak in woede tegen Israël en zei: 'Dit volk overtreedt de regels van het verbond die ik hun voorouders heb opgelegd en het luistert niet naar mij.
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Klaagliederen 2:7
De Heer heeft zijn altaar versmaad, zijn heiligdom verworpen, de muren van Sions paleizen prijsgegeven aan haar vijanden; hun stemmen galmen door het huis van de HEER, als op een feestdag.
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Nehemia 9:27
Daarom leverde u hen uit aan hun onderdrukkers. Wanneer ze werden onderdrukt riepen ze u aan, en u, vanuit de hemel, verhoorde hen. In uw grote liefde stuurde u bevrijders naar hen toe, en telkens weer redden die hen van hun onderdrukkers.
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Zacharia 11:8
In één maand ontdeed ik me van drie herders. Ik verloor mijn geduld met het vee, dat een afkeer van mij kreeg,
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Leviticus 20:23
Neem niet de gewoonten over van het volk dat ik voor jullie verdrijf. Zij hebben al deze dingen gedaan, en daarom heb ik een afkeer van hen gekregen.
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Psalmen 78:59
Toen God dit hoorde, werd hij verbolgen en wierp hij Israël ver van zich af.
Gerelateerd aan Psalmen 106:40
Richteren 3:8
De HEER werd woedend op de Israëlieten en leverde ze uit aan Kusan-Risataïm, de koning van Aram-Naharaïm; acht jaar moesten ze hem dienen.