Gerelateerd aan Prediker 9:5
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Jesaja 26:14
Doden zullen niet herleven, schimmen niet opstaan. U bent tegen hen opgetreden, hebt hen vernietigd, elke herinnering aan hen hebt u uitgewist.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Job 14:21
Zijn zonen krijgen aanzien-hij weet het niet, zijn zonen gaat het slecht-hij merkt het niet.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Prediker 1:11
De vroegere generaties zijn vergeten, en ook de komende zullen weer worden vergeten.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Prediker 2:16
Want zowel de wijze als de dwaas zal snel worden vergeten, beiden worden ze voorgoed vergeten. Hoe bitter dat de wijze sterft, niet anders dan de dwaas.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Psalmen 88:10
(88:11) Doet u aan doden wonderen, staan schimmen op om u te loven? sela
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Psalmen 6:5
(6:6) Want doden noemen uw naam niet meer! Wie in het dodenrijk kan u nog loven?
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Psalmen 109:15
dat hun zonde en schuld de HEER steeds voor ogen staan en niemand op aarde hun naam nog gedenkt.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Jesaja 63:16
U bent toch onze vader? Abraham heeft ons niet gekend en Israël zou ons niet herkennen, maar u, HEER, bent onze vader, van oudsher heet u Onze beschermer.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Hebreeën 9:27
Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Prediker 8:10
Ik heb ook gezien hoe zondaars naar het graf werden gedragen. Op de heilige plaats werden ze in het graf gelegd en ze verlieten onder eerbetoon het leven. Maar de rechtvaardigen werden vergeten in de stad. Ook dat is enkel leegte.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Job 30:23
Ja, ik weet dat u mij naar de dood drijft, naar het huis van samenkomst voor alle levenden.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Prediker 7:2
Het is beter dat je naar een huis vol rouw gaat dan naar een huis vol feestrumoer, want in een huis vol rouw eindigt iedereen. Dat neme ieder mens zijn leven lang ter harte.
Gerelateerd aan Prediker 9:5
Job 7:8
Het oog dat op mij is gericht, zal niets zien: u kijkt naar mij, maar ik zal er niet zijn.