Gerelateerd aan Prediker 4:13
Gerelateerd aan Prediker 4:13
Spreuken 19:1
Beter een arme die onberispelijk leeft dan een slinkse leugenaar-die is dwaas.
Gerelateerd aan Prediker 4:13
Prediker 9:15
Er woonde daar een man van lage afkomst, die wijs was en met zijn wijsheid de stad had kunnen redden. Maar niemand schonk aandacht aan die onbeduidende persoon.
Gerelateerd aan Prediker 4:13
2 Kronieken 25:16
Maar Amasja viel hem in de rede. 'Hebben wij u soms als raadgever van de koning aangesteld? Zwijg, of wilt u soms gedood worden?' De profeet vroeg niet verder, maar zei: 'Nu u dit zegt en mijn raad in de wind slaat, weet ik dat God besloten heeft u te gronde te richten.'
Gerelateerd aan Prediker 4:13
1 Koningen 22:8
De koning van Israël antwoordde: 'Er is nog wel iemand die de HEER voor ons zou kunnen raadplegen. Maar ik heb een hekel aan hem. Hij heeft nog nooit iets goeds over mij geprofeteerd, alleen maar onheil. Dat is Micha, de zoon van Jimla.' 'Zegt u dat toch niet!' zei Josafat.
Gerelateerd aan Prediker 4:13
2 Kronieken 16:9
De HEER laat immers voortdurend zijn ogen over de aarde rondgaan en biedt iedereen hulp die hem met heel zijn hart is toegedaan. Maar dit keer hebt u verkeerd gehandeld, en daarom zal van nu af oorlog uw deel zijn.'
Gerelateerd aan Prediker 4:13
Spreuken 28:6
Beter een arme die onberispelijk leeft dan een rijkaard die vol leugens zit.
Gerelateerd aan Prediker 4:13
Spreuken 28:15
Een goddeloze die een arm volk onderdrukt is als een brullende leeuw, een ziedende beer.
Gerelateerd aan Prediker 4:13
Genesis 37:2
Dit is de geschiedenis van Jakob en zijn nakomelingen. Jozef, die inmiddels zeventien jaar was, weidde gewoonlijk samen met zijn broers de schapen en geiten; hij hielp de zonen van zijn vaders vrouwen Bilha en Zilpa, en alle praatjes die over zijn broers de ronde deden vertelde hij aan hun vader door.
Gerelateerd aan Prediker 4:13
2 Kronieken 24:20
Toen kwam de geest van God over Zecharja, de zoon van de hogepriester Jojada. Hij ging voor het volk staan en zei: 'Dit zegt God: Waarom verzaken jullie je plicht tegenover de HEER? Jullie zullen niets meer tot een goed einde brengen, want jullie hebben je van de HEER afgewend en daarom wendt hij zich nu van jullie af.'