Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Openbaring 11:13

Op dat moment kwam er een zware aardbeving, die een tiende deel van de stad verwoestte. Zevenduizend mensen werden door de aardbeving gedood, de rest werd door vrees bevangen en begon de God van de hemel eer te bewijzen.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Openbaring 2:21

En hoewel ik haar de tijd heb gegeven om te breken met het leven dat ze leidt, weigert ze haar ontuchtig gedrag op te geven.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Openbaring 16:21

Uit de hemel vielen loodzware hagelstenen op de mensen, en de mensen lasterden God vanwege de plaag van die hagel, want het was een vreselijke plaag.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Daniel 5:22

En hoewel u dit alles wist, bent u, zijn zoon Belsassar, niet nederig gebleven.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Openbaring 14:7

Luid riep hij: 'Heb ontzag voor God en geef hem eer, want nu is de tijd gekomen dat hij zijn oordeel zal vellen. Aanbid hem die hemel en aarde, zee en waterbronnen geschapen heeft.'
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Jeremia 5:3

‘HEER, u wilt toch dat ze eerlijk zijn? U sloeg hen, maar het raakte hen niet. U bracht hen aan de rand van de afgrond, zij weigerden van die straf te leren. Zij gingen onverdroten voort en weigerden terug te keren.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

2 Koningen 6:33

Elisa was nog niet uitgesproken, of daar kwam de bode van de koning al aan. 'De HEER heeft deze ellende over ons gebracht, 'zei hij. 'Waarom zou ik mijn hoop dan nog op hem vestigen?'
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Jozua 7:19

Jozua zei tegen hem: 'Kom, Achan, eerbiedig de HEER, de God van Israël, en leg voor hem een bekentenis af. Zeg me wat je hebt gedaan. Houd het niet voor me verborgen.'
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

2 Kronieken 28:22

Toen hij zo in het nauw was gedreven, beging hij, koning Achaz, nog meer overtredingen tegenover de HEER.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Lukas 13:3

Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Jesaja 1:5

Ben je niet genoeg geslagen, verzet je je nog altijd? Heel je hoofd doet pijn, heel je hart is ziek.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Lukas 13:5

Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Ezechiel 24:13

Jouw onreinheid is je schande; omdat je niet rein bent geworden toen ik je wilde reinigen, zul je van je onreinheid niet meer worden gezuiverd voordat ik mijn woede op je heb gekoeld.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Amos 4:6

Ik was het die jullie in elke stad honger liet lijden en maakte dat er in geen enkel dorp brood was: maar jullie zijn niet naar mij teruggekeerd-spreekt de HEER.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

2 Korinthe 12:21

Ik ben bang dat God mij bij mijn bezoek opnieuw zal vernederen en ik opnieuw verdriet zal hebben om al die broeders en zusters die zijn blijven zondigen en zich niet hebben afgekeerd van hun zedeloosheid, ontucht en losbandigheid.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Openbaring 9:20

Maar de andere mensen, die deze plagen overleefden, keerden zich niet af van hun zelfgemaakte goden. Ze bleven die goden aanbidden en de beelden van goud, zilver, brons, steen en hout, die niet kunnen horen of zien en zich niet kunnen verroeren.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Jeremia 6:29

Het vuur verschroeit zelfs de blaasbalg, maar het lood levert geen zilver. Vergeefs zuivert de smelter, het goede en het slechte worden niet gescheiden.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Jesaja 8:21

Moedeloos en hongerig zullen de mensen door het land zwerven. Ze zullen honger lijden en in hun woede de koning en hun God vervloeken. Ze kijken omhoog
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Openbaring 16:10

De vijfde engel goot zijn offerschaal leeg over de troon van het beest. Zijn rijk werd in duisternis gehuld. De mensen beten op hun tong van de pijn.
Gerelateerd aan Openbaring 16:9

Jeremia 13:6

Geruime tijd later zei de HEER: ‘Ga naar de Perat en haal de gordel te voorschijn, die je daar op mijn bevel verborgen hebt.’