Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Daniel 8:9
Uit één daarvan kwam nog een horen op, die eerst klein was, maar geweldig uitgroeide naar het zuiden, naar het oosten en naar het Sieraadland.
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Openbaring 12:9
De grote draak werd op de aarde gegooid. Hij is de slang van weleer, die duivel of Satan wordt genoemd en die de hele wereld misleidt. Samen met zijn engelen werd hij op de aarde gegooid.
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Johannes 8:44
Uw vader is de duivel, en u doet maar al te graag wat uw vader wil. Hij is vanaf het begin een moordenaar geweest. Hij hoort niet bij de waarheid, omdat er geen waarheid in hem is. Wanneer hij liegt, spreekt hij zoals hij is: een aartsleugenaar, de vader van de leugen.
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Openbaring 9:10
Verder hadden ze een staart met een angel, net als schorpioenen. Met die staart konden ze de mensen pijnigen, vijf maanden lang.
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Openbaring 8:7
Toen blies de eerste engel op zijn bazuin. Er kwam hagel en vuur, gemengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. Een derde deel van de aarde brandde af, evenals een derde deel van de bomen en al het groen.
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Openbaring 12:2
Ze was zwanger en schreeuwde het uit in haar weeën en haar barensnood.
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Mattheüs 2:3
Koning Herodes schrok hevig toen hij dit hoorde, en heel Jeruzalem met hem.
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
1 Petrus 5:8
Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi.
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Exodus 1:16
'Als u de Hebreeuwse vrouwen bij de bevalling helpt, let dan goed op het geslacht van het kind. Als het een jongen is, moet u hem doden; is het een meisje, dan mag ze blijven leven.'
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Openbaring 17:18
De vrouw die je zag is de grote stad, die heerst over de koningen op aarde.'
Gerelateerd aan Openbaring 12:4
Openbaring 9:19
Want de kracht van de paarden zat in hun mond en in hun staart. Die staarten hadden koppen en leken net slangen; daarmee richtten ze onheil aan.