Gerelateerd aan Numeri 26:30
Gerelateerd aan Numeri 26:30
Richteren 6:11
Toen kwam er een engel van de HEER. Hij nam plaats onder de terebint bij Ofra, op het land van Joas, een afstammeling van Abiëzer. Joas' zoon Gideon was juist bezig tarwe te dorsen. Om te zorgen dat de Midjanieten de tarwe niet zouden zien, deed hij dat in de wijnpers.
Gerelateerd aan Numeri 26:30
Jozua 17:2
Het lot wees nu ook grondgebied toe aan de overige mannelijke nakomelingen van Manasse en hun families. Het waren Abiëzer, Chelek, Asriël, Sechem, Chefer en Semida. Zij, de mannelijke nakomelingen van Jozefs zoon Manasse, zijn de stamvaders van de families van Manasse.
Gerelateerd aan Numeri 26:30
Richteren 6:34
Toen kwam de geest van de HEER over Gideon. Hij blies op de ramshoorn om de afstammelingen van Abiëzer onder de wapenen te roepen
Gerelateerd aan Numeri 26:30
Richteren 6:24
Gideon bouwde op die plek een altaar voor de HEER, en noemde het 'De HEER geeft rust'. Tot op de dag van vandaag staat dat altaar op het land van de afstammelingen van Abiëzer in Ofra.
Gerelateerd aan Numeri 26:30
Richteren 8:2
maar Gideon antwoordde: 'Wat ik deed, is toch niets vergeleken bij wat u gedaan hebt? Efraïm heeft de kroon gezet op het werk van Abiëzer.