Gerelateerd aan Numeri 21:4

Gerelateerd aan Numeri 21:4

Richteren 11:18

Ten slotte kozen ze hun weg door de woestijn, om het gebied van Edom en Moab heen. Ze bleven ten oosten van Moab en sloegen hun tenten op aan de overkant van de Arnon. Ze zijn dus nooit op het grondgebied van Moab geweest, want ze zijn de grensrivier de Arnon niet overgestoken.
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Exodus 6:9

Mozes bracht dit aan de Israëlieten over, maar ze wilden niet naar hem luisteren, moedeloos als ze waren door de zware dwangarbeid.
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Numeri 33:41

Nadat ze de Hor verlaten hadden, sloegen ze hun kamp op in Salmona.
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Numeri 32:7

Wilt u de Israëlieten de moed ontnemen om over te steken naar het land dat de HEER hun gegeven heeft?
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Numeri 14:25

Nu wonen daar de Amalekieten en Kanaänieten nog in de valleien. Keer morgen om en trek de woestijn weer in, in de richting van de Rode Zee.'
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Deuteronomium 2:5

en hen niet uitdagen. Ik geef jullie nog niet het kleinste stukje van hun land; het Seïrgebergte heb ik immers aan Esau in eigendom gegeven.
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Numeri 20:27

Ze gingen voor de ogen van het hele volk de berg op, zoals de HEER Mozes had opgedragen.
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Handelingen 14:22

Ze bemoedigden de leerlingen en spoorden hen aan te volharden in het geloof, maar wezen hun erop ‘dat wij pas na veel beproevingen het koninkrijk van God binnen kunnen gaan’.
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Deuteronomium 1:40

Maar jullie moeten nu omkeren en de woestijn weer in trekken, in de richting van de Rode Zee.’
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Numeri 20:18

De Edomieten antwoordden: 'U mag niet door ons gebied trekken; doet u dat wel, dan komen we u gewapend tegemoet.'
Gerelateerd aan Numeri 21:4

1 Thessalonicensen 3:3

zodat u zich niet uit het veld zou laten slaan door de tegenspoed die u ondervindt. U weet tenslotte zelf dat wij die moeten ondergaan.
Gerelateerd aan Numeri 21:4

Numeri 32:9

Ze verkenden het land tot aan het Eskoldal en ontnamen de Israëlieten de moed om het land dat de HEER hun gegeven had binnen te trekken.