Gerelateerd aan Numeri 20:12
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Deuteronomium 1:37
Door uw schuld werd de HEER ook kwaad op mij: ‘Ook jij mag het land niet in, ‘zei hij.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Numeri 27:14
Dat is omdat jullie in de woestijn van Sin, toen de Israëlieten met verwijten kwamen over water, tegen mijn bevel zijn ingegaan en in hun bijzijn geen ontzag hebben getoond voor mijn heiligheid.' (Dat was het water van Meribat-Kades in de woestijn van Sin.)
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Ezechiel 36:23
Ik zal mijn grote naam, die door jullie bij die volken is ontwijd, weer aanzien verschaffen. Die volken zullen beseffen dat ik de HEER ben-spreekt God, de HEER. Ik zal ze laten zien dat ik heilig ben;
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Numeri 20:24
'Aäron zal nu met zijn voorouders verenigd worden. Hij zal het land dat ik de Israëlieten geef niet binnengaan, omdat jullie bij het water van Meriba tegen mijn bevel zijn ingegaan.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Johannes 1:17
De wet is door Mozes gegeven, maar goedheid en waarheid zijn met Jezus Christus gekomen.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Romeinen 4:20
Hij twijfelde niet aan Gods belofte; zijn geloof verloor hij niet, integendeel, hij werd erin gesterkt en bewees zo eer aan God.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Lukas 1:45
Gelukkig is zij die geloofd heeft dat de woorden van de Heer in vervulling zullen gaan.’
Gerelateerd aan Numeri 20:12
1 Petrus 3:15
erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Mattheüs 17:20
Hij antwoordde: ‘Vanwege jullie gebrek aan geloof. Ik verzeker jullie: als jullie geloof hebben als een mosterdzaadje, dan zullen jullie tegen die berg zeggen: “Verplaats je van hier naar daar!” en dan zal hij zich verplaatsen. Niets zal voor jullie onmogelijk zijn.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Ezechiel 20:41
Wanneer ik jullie heb weggeleid bij de volken waartussen jullie nu leven, zullen jullie mij als een geurig offer met vreugde vervullen. Ik zal jullie bij elkaar brengen vanuit de landen waarover jullie nu verstrooid zijn, en zo de volken laten zien dat ik heilig ben.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Deuteronomium 32:49
‘Ga het Abarimgebergte in en beklim de Nebo, die in Moab ligt, tegenover Jericho. Daar kun je uitkijken over Kanaän, het land dat ik de Israëlieten in bezit ga geven.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Ezechiel 38:10
Dit zegt God, de HEER: Als het zover is, zul je boze plannen uitdenken.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Deuteronomium 3:23
En ik heb de HEER gesmeekt:
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Jesaja 8:13
Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor hem zijn angst en ontzag op hun plaats.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Leviticus 10:3
Mozes zei tegen Aäron: 'Dit bedoelde de HEER toen hij zei: "Door degenen die in mijn nabijheid verkeren, toon ik mijn heiligheid. Het hele volk maak ik getuige van mijn majesteit."' Aäron zweeg.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Jozua 1:2
'Nu mijn dienaar Mozes is gestorven, moet jij je gereedmaken om met heel dit volk de Jordaan over te trekken. Ga naar het land dat ik het volk van Israël zal geven.
Gerelateerd aan Numeri 20:12
2 Kronieken 20:20
De volgende morgen vroeg gingen ze op weg naar de woestijn van Tekoa. Bij hun vertrek trad Josafat naar voren en sprak hen als volgt toe: 'Juda en Jeruzalem, luister! Vertrouw op de HEER, uw God, en u zult standhouden, vertrouw op zijn profeten en uw welslagen is verzekerd.'
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Lukas 1:20
Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.’
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Mattheüs 17:17
Jezus antwoordde: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig en dwars volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie nog verdragen? Breng hem bij me.’
Gerelateerd aan Numeri 20:12
Deuteronomium 34:4
De HEER zei tegen hem: ‘Dit is het land waarvan ik aan Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat ik het aan hun nakomelingen zou geven. Ik laat het je nu zien, maar erheen oversteken zul je niet.’
1
2